Soms overvalt een stad je… liefde op het eerste gezicht. Je wil verdrinken in de stad, eindeloos verdwalen door de straten, je hart klopt op hetzelfde denderende ritme, je komt er voor de eerste keer en je bent meteen verkocht…
Het is ons overkomen met Londen, met Nashville, met Dublin, met New Orleans…
Niet met Miami.
Of toch niet meteen.
Vermoedelijk lag het voor een groot stuk aan het contrast tussen het relaxte eilandleven en het lawaaierige stadsleven.
Na een vertraging van 3,5 uur kwamen we dinsdagavond pas laat aan in onze Airbnb in Little Havana.
Woensdagochtend konden we dan eindelijk beginnen met het verkennen van de stad.
Miami is enorm groot, veel groter dan we verwacht hadden. En in tegenstelling tot veel andere steden liggen de interessante wijken niet dichtbij elkaar. Het openbaar vervoer is in veel gevallen gratis maar rijdt in lussen, waardoor het niet zo vanzelfsprekend is om overal te geraken. Een huurauto in de stad vonden we niet handig en ook niet nodig. Gelukkig geraak je overal met Uber, het is echt de beste, snelste en goedkoopste manier om je te verplaatsen in de meeste Amerikaanse steden. We wilden alles wat op ons af laten komen en zo dachten we die eerste dag dat het een goed idee zou zijn om richting de wolkenkrabbers te wandelen die we konden zien vanuit Little Havana. Maar downtown Miami en de Brickell wijk maakten met hun hoge gebouwen en kille shopping malls niet meteen een innemende indruk op ons. Onze eerste indruk van Miami was zelfs dat het een stad zonder ziel was.
Maar we bleken het toch niet helemaal bij het juiste eind te hebben!
’s Avonds besloten we “onze” buurt te gaan verkennen. Onze Airbnb hadden we niet beter kunnen kiezen: gelegen vlakbij Calle Ocho, het bruisende hart van Little Havana.
Hier vind je vrijwel enkel Cubaanse bars en restaurants, zaakjes waar handgerolde sigaren worden gemaakt en verkocht, kleurrijke muurschilderingen… als je naar de grond kijkt zie je de “paseo de las estrellas”, een walk of fame zoals die in Hollywood, maar dan voor Latijns Amerikaanse sterren zoals Celia Cruz en Gloria Estefan. Er staat ook een monument met een eeuwig-brandende vlam ter ere van de 90 Cubaanse slachtoffers die vielen bij de Invasie op de Varkensbaai op Cuba in 1961. Nog een bezienswaardigheid is Domino Park, waar de oudere generatie Cubanen elkaar ontmoet om een cortado te drinken en domino te spelen. Een jarenlange traditie die heel serieus wordt genomen. Je kan overal terecht voor een Cuba Libre of een Mojito, elke bar beweert dé beste Mojito van Calle Ocho te hebben, heel verleidelijk om aan het vergelijken te slaan!
Kort samengevat is Little Havana een erg kleurrijke, levendige buurt.
In maart vindt hier een enorm carnavalfeest plaats: tijdens The Calle Ocho Festival zou de straat transformeren in een nóg kleurrijkere plek waar meer dan 1 miljoen mensen in de prachtigste kostuums komen dansen en feesten. Cubanen uit het hele land komen dan naar hier om hun roots te eren en te vieren.
Een klein stukje geschiedenis dan: voor deze buurt “Little Havana” werd gedoopt, was het de Joodse wijk van Miami. Toen in de jaren ’60 veel Cubanen naar hier kwamen om het Castro regime te ontvluchten, hadden ze gedacht dat dit maar tijdelijk zou zijn, dat Fidel Castro niet lang aan de macht zou blijven. Toen bleek dat ze het mis hadden begonnen de mensen zich hier te settelen, zaken op te starten… ze begonnen een nieuw leven en gingen nooit meer terug naar Cuba. Little Havana was geboren. Je hebt hier niet het gevoel in de USA te zijn, het is echt een stukje Cuba in Amerika. En hoewel de meeste Cubanen tweetalig zijn, is het Spaans hier nog altijd de voertaal, en eigenlijk overal in Miami wordt meer Spaans dan Engels gesproken.
Op dag twee besloten we iets te doen wat heel atypisch is voor ons: we boekten een ticketje op een Hop-on Hop-off bus. Het bleek de beste manier te zijn om een idee te krijgen van hoe de stad in elkaar zit. De bus rijdt langs alle belangrijke buurten en je krijgt er meteen een woordje uitleg bij.
Makkelijk om achteraf een lijstje te kunnen maken met de dingen die we zeker nog willen doen en zien. Bij het busticket was ook een boottocht inbegrepen langs Millionaires Row, waar de rich & famous hun stekje of vakantieplekje hebben. Hier vaar je langs kasten van huizen van onder andere de Beckhams, Tom Cruise, Shakira, Ricky Martin, Naomi Campbell en noem maar op. Ook passeer je langs het vakantiehuis van de echte Al Capone, hier kreeg de gangster in 1947 zijn fatale hartaanval.
Het is een iconisch punt langs de route, maar helaas zal het verdwijnen. Het is recent verkocht en de nieuwe eigenaar is van plan het huis plat te gooien en er iets nieuws te zetten.
De boottocht is erg toeristisch en typisch Amerikaans, de meeste medepassagiers lijken alleen maar mee te varen om heel de tijd selfies te maken. Wij vinden het geen must om te doen, maar als het inbegrepen zit in je busticket zou ik zeggen: doen.
Onderweg worden ook nog wel wat weetjes gedeeld. Zoals bijvoorbeeld waaraan Miami haar bijnaam “The Magic City” te danken heeft. Het heeft niets te maken met heksen en tovenaars, maar wel aan het feit dat de stad bij wijze van spreken uit het niets is ontstaan. Het is één van de snelst gegroeide steden van de USA. Vóór de stad verrees had Zuid Florida de reputatie te warm en vochtig moerasland te zijn. Er waren enkel mangroven, alligators en muggen… niemand wilde ernaartoe, laat staan er gaan wonen. Maar dat veranderde in sneltempo. Opeens was daar “The Magic City”, die zich razendsnel ontwikkelde en al gauw werd het dé plek voor Amerikanen uit frissere gebieden om de winters te ontvluchten.
Vrijdag besloten we naar Miami Beach te gaan, ook wel de Amerikaanse riviera genoemd. Het ligt op een schiereiland en is eigenlijk een stad op zichzelf. Als je aan Miami Beach denkt, denk je misschien meteen aan het populaire South Beach, koosnaampje SoBe. Een lang, drukbezocht kunstmatig aangelegd strand langs een kalme groene zee. Achter dat strand loopt een lange, brede, slingerende boulevard… ideaal voor wandelaars, joggers en rollerskaters.
Vanop één van de vele terrasjes kan je heerlijk mensenkijken. In films en series lijkt Miami een verzamelspot voor mooie mensen te zijn. Je hebt hier niet voor niets een plek die “Muscle Beach” heet, een stukje strand vol fitnessapparaten. Smaken verschillen natuurlijk, maar de mensen die hier paraderen zijn op zijn minst gezegd wel interessant en kleurrijk te noemen. Je ziet hier de gekste kleding passeren, kleurrijke pakjes, gespierde mannen met hoog opgetrokken witte sokken in flipflops, vrouwen die zonder overdrijven om en bij de 200 kg wegen in stringbikini’s en nietsverhullende strakke minijurkjes…
Saai is het in elk geval niet en het is duidelijk dat mensen hier gewoon kunnen zijn wie ze maar willen zijn, en zich goed voelen in hun lichaam, en dat is wel mooi!
Op Lincoln Road, een enorme, autovrije boulevard vol winkels en restaurants, vindt morgen een groot Halloweenfeest plaats. We zijn reuzebenieuwd! Een verslag krijgen jullie in de volgende blog.
Maar afsluiten doe ik deze blog met de parel van Miami Beach: het art deco district!
Foto’s volgen later, we moeten nog een keer terug bij valavond, wanneer de kleuren het mooist uitkomen. In Miami Beach vind je de grootste verzameling Art Deco gebouwen ter wereld. De tropische Art Deco stijl verschilt van de Europese stijl door de mooie pastelkleuren. De meeste pareltjes vind je langs de iconische Ocean Drive, Collin’s avenue en Washington Avenue.
Ik sluit hier voorlopig af, we hebben nog een paar dagen in Miami en nog een heleboel te zien en te beleven. Tot gauw!
Ciao!
x








ptr 
rhdr 






