Joshua Tree

Omdat we voorlopig even geen zin hebben in steden, en al helemaal niet in Los Angeles, besluiten we van de kust meteen naar de woestijn te rijden.  We onderbreken de lange rit naar Joshua Tree met één nacht in een roadside motel in de middle of nowhere, en rijden de volgende ochtend snel weer verder. 
Onderweg tanken we tijdig de auto bij want we weten dat we lange tijd niets zullen tegenkomen.  Bij het tankstation waar we stoppen, Blackwell’s Corner, staat een reuzegroot bord in de vorm van James Dean.  Blijkbaar is dit de laatste plek waar hij op 30 september 1955 gestopt is voor benzine, koffie en een appel, voor hij de dood tegemoet is gereden.
De verdere rit gaat eindeloos doorheen de woestijn, eerst heel vlak en dor, maar stilaan wordt het steeds mooier.

We maken bewust even een kleine omweg langs Palm Desert, en dan specifiek langs “College of the desert”.  Het is een knipoog naar mijn papa, en als hij nog onder ons was geweest waren we hier ook zeker gestopt en hadden hem een foto doorgestuurd.  Daar zou hij om hebben moeten lachen, en ook al kunnen we zijn lach nu niet meer horen, dat hij gelachen heeft vandaag daar ben ik zeker van! 
Een klein woordje uitleg is hierbij wel nodig denk ik…  wie mijn papa te vriend heeft op Facebook ziet op zijn profiel staan dat hij heeft gestudeerd aan “College of the desert” in Palm Desert.  Dat klopt natuurlijk helemaal niet, hij heeft dat er destijds gewoon opgezet omdat hij dat grappig vond.  Nu wil het toeval dat hij op basis van die info gecontacteerd werd door een Amerikaan die daar ooit echt naar school is geweest en papa herkende als zijn kameraad van destijds!  Of die kerel nu ook Marc Ségal heette, daar zijn we niet zeker van.  We hebben de naam Segal al zien opduiken in Carmel-by-the-Sea dus het kan wel.  Papa liet die man geloven dat hij inderdaad zijn makker van vroeger was die nu in België woonde, ik vond dat niet zo netjes van hem, maar hij vond het grappig.  Daarom hebben we nu ook een beetje as verstrooid onder een palmboom vlak voor het ingangsbord van de poepchique hogeschool van Palm Desert.  Gelukkig was het zondag en waren er geen studenten.  Nu klopt die Facebook info toch een klein beetje en is hij voor altijd onder de studenten van Palm Desert, iets wat hij zeker en vast leuk zou gevonden hebben!

Daarna door naar onze Airbnb in Morongo Valley, op 20 minuten van Joshua Tree National Park en middenin woestijnlandschap.  Het kleine huisje op het domein van buurman Ryan is misschien wel één van de beste Airbnb’s die we al gehad hebben.  Alle voorzieningen zijn er (inclusief wasmachine en droogkast, een verademing als je wassalons onderweg gewend bent!) en de locatie is ongelooflijk.  Buiten is er een met mozaïek ingelegde trap waar bovenop de heuvel een bankje staat om naar de sterren te kijken.  Door de complete afwezigheid van lichtvervuiling kan je hier heel veel sterren zien, en op de juiste momenten zie je zelfs de melkweg, jammer genoeg is er momenteel teveel maanlicht om die te kunnen zien.  Maar we klagen niet, het is nog steeds ontzettend mooi.  En die plek op de heuvel is ook gewoon zalig om ’s ochtends van een kop koffie en de rust te genieten!
’s Avonds horen we enkele coyotes naar elkaar roepen.  Als we ’s nachts in ons bed liggen horen we er opeens wel honderden, of zo klinkt het toch.  Ze lijken overal rondom het domein te zitten, een bijzondere ervaring!

Om veiligheidsredenen mogen we zelf geen vuurtje maken bij onze cabin, maar Ryan nodigt ons op een avond uit om bij hem rond het vuur te komen zitten.  Hij komt oorspronkelijk uit L.A. maar woont hier nu al 10 jaar alleen op zijn berg.  Wanneer Robbie hem vraagt of het wennen was aan het eenzaam bestaan hier in de woestijn zegt hij dat hij enkel heeft moeten wennen aan de critters die hier zitten.  We hadden er niet echt bij stilgestaan maar het stikt hier van de ratelslangen, tarantula’s, zwarte weduwen en grote duizendpoten.  Zelf hebben we enkel zwarte weduwen gezien en twee huntsman spinnen, maar het is dus zeker raadzaam om ’s avonds een lange broek en gesloten schoenen te dragen!

Op een kwartiertje rijden vind je Pioneertown.  Dit cowboydorp werd in 1946 gecreëerd door een groep Hollywood investeerders die de droom hadden om een levende filmset te bouwen.   De gevels moesten dienen als filmdecors, met saloons, stallen en gevangenissen, en er werden in de jaren ’40 en ’50 meer dan 50 films en series opgenomen.  De binnenkanten waren en zijn nog steeds open voor het publiek, met bijvoorbeeld een bar, een ijssalon, een bowlingbaan en motels.  Het heeft wel iets om hier rond te wandelen, veel mensen dragen in deze regio ook al boots en cowboyhoeden dus het voelt allemaal redelijk echt.  Een must als je er bent is iets eten en/of drinken bij Pappy and Harriet’s.  De gevel van deze tex-mex cantina deed ook dienst als filmdecor en in 1972 werd het geopend als outlaw biker burrito bar.  Vandaag is het nog steeds een bar die graag bezocht wordt door bikers maar intussen ook ontdekt is door alle soorten toeristen.  Je kan er niet reserveren dus als je iets wil eten ga dan op tijd en laat je naam op de lijst zetten en wacht tot ze je roepen.  De sfeer is ongedwongen, het eten lekker en niet duur en het bier wordt geserveerd in Mason Jars.  Er zijn ook geregeld optredens en in het verleden stonden er al zelfs heel wat grote namen waaronder Paul McCartney, Queens of the Stone Age, Arctic Monkeys en Robert Plant.  Dat moet echt uniek zijn, gezien het er niet zo heel groot is.
The Red Dog Saloon is ook een aanrader.  Net als al de rest werd het gebouwd als decor voor films, maar het had in de jaren ’40 en ’50 al een dubbele functie als echte bar, waar regisseurs, acteurs en andere filmlui iets gingen drinken als het werk erop zat.  Ook Elvis en Priscilla zouden hier volgens de geruchten geregeld iets gedronken hebben als ze in hun Honeymoon Hideaway in Palm Springs verbleven.
Op dit moment hangt er nog steeds een heerlijk ouderwetse sfeer en kan je er naast iets drinken ook superlekkere taco’s of ander streetfood bestellen.  Bijna de hele kaart is veggie en we horen de barman tegen een collega zeggen dat hij blij zal zijn als er op een dag helemaal geen vlees meer op de kaart zal staan.  Ik weet dat er een aantal mede-veggies meelezen dus ik ben blij jullie te kunnen vertellen dat Amerika de laatste jaren een forse inhaalbeweging heeft gemaakt, je vindt vaak originele veggie gerechtjes op de plaatsen waar je het het minst verwacht!  Maar anyways, ook als je vleeseter bent: geloof me: de taco’s met zwarte bonen en champignons bij The Red Dog zijn écht overheerlijk!

Tijd nu om een stukje te schrijven over Joshua Tree National Park, toch wel de hoofdattractie van deze regio.  De Joshua Tree is een soort Yucca, en eigenlijk geen boom maar eerder een vetplant die enkel voorkomt in de Mojave woestijn in het Zuidwesten van de USA.  Ze kenmerken het landschap van deze regio én uiteraard van het Nationaal Park met hun merkwaardige vorm.
Wat trouwens uniek is in dit park is dat twee verschillende woestijnen elkaar hier ontmoeten.  In de Westelijke helft van het park domineert de Mojave woestijn, waar de meeste van deze iconische Joshua Trees voorkomen.  In het Oostelijke en Zuidelijke deel vind je dan weer de dramatisch mooie en zeer beklimbare rotsformaties van de Colorado woestijn.
In de zomermaanden is het best om het park ’s ochtendsvroeg of na zonsondergang te bezoeken vanwege te hitte.  Niet voor niets hangen er bij de ingang van het park affiches met de alarmerende titel: “don’t die here today”, hierop staat wat info om het veilig te houden: je neemt bijvoorbeeld best een kaart mee, want gps systemen werken hier niet, er is geen gsm bereik in het hele park, en het is makkelijk om van de paden af te dwalen en zo te verdwalen.  En in de warmste maanden moet je per uur zeker een liter water drinken.
Daarom is het najaar volgens ons ideaal om Joshua Tree te bezoeken.  Het is overdag nog zo’n fijne 26 graden, de hemel is strakblauw, en na zonsondergang koelt het redelijk hard af.  Let wel: ze hebben hier ook al sneeuw gehad rond Thanksgiving, het weer kan dus zeker onvoorspelbaar zijn!

Onze eerste kennismaking met het park was via één van de eerste hiking trails die we tegenkwamen: wanneer je Willow Hole Trail begint te wandelen, waan je je al snel in een soort fantasiewereld.  Die vreemde Joshua Trees tussen die droge woestijn en dat alles afgetekend tegen die bijna onnatuurlijk staalblauwe lucht… we zijn er stil van en als je een tijdje aan het wandelen bent krijg je zelfs een beetje een trippy gevoel, op een goeie manier, want ook de enkele andere wandelaars die je tegenkomt hebben allemaal een gelukzalige glimlach op hun gezichten.
De wandeling maakt geen lus, dus eens je het einde bereikt na zo’n 4 à 5 km wandelen moet je nog terug, en de zon gaat hier al onder rond 16u40, dus kom op tijd.  Maar weet ook dat het park dag en nacht open is en dat je hier zelfs mag wildkamperen onder de sterren.  Wij hebben ons alvast voorgenomen om een volgende keer voor kampeerspullen te zorgen, moet absoluut magisch zijn!

Ook goed om te weten: voor elke Nationaal Park en voor bijna elk State Park in de USA moet je betalen.  De meeste kleine State parken zijn gratis als je buiten parkeert en als je de auto wil meenemen kosten ze 10 dollar.  Maar de grote Nationale Parken zoals Joshua Tree en nog vele anderen kosten je al snel 30 dollar.  Als je van plan bent om maar één park te bezoeken neem je best een dagticket, want zelfs daarmee mag je de volgende zeven dagen nog binnen.  Maar als je van plan bent om meer dan twee parken te bezoeken neem je best een “America The Beautiful” jaarpas.  Deze kost 80 dollar, geldt voor één auto met maximum 4 inzittenden en is een heel jaar geldig.  Dan kan je meteen alle nationale parken in alle staten bezoeken, zeker de investering waard als je het ons vraagt!

Op onze laatste dag hier komen we dus terug naar het park maar deze keer nemen we de ingang aan de andere kant van het park.  Het landschap is hier compleet anders maar al even prachtig.  Het is moeilijk uit te leggen en zelfs op foto komt de absurde schoonheid van dit park niet over.  Het lijkt wel buitenaards te zijn.  En wat heel gek is is hoe weinig mensen de moeite nemen het park echt te verkennen: er loopt een weg doorheen het park en hier en daar staat een bordje om aan te duiden waar een bezienswaardige steen of boom is, of waar een wandelroute begint.  We merken dat het aan die punten redelijk druk is, bijvoorbeeld aan Skull Rock, een rots in de vorm van een schedel, staan een heleboel auto’s geparkeerd en mensen staan aan te schuiven om een foto met die rots te maken.  Maar op datzelfde punt begint ook een wondermooie wandelroute en bijna niemand neemt de moeite om die te doen.  Wij doen hem wel en komen niet meer dan een vijftal andere wandelaars tegen terwijl we toch een paar uur onderweg zijn.  Doet me denken aan die New-Yorkers die we tegenkwamen in Carmel-by-the-Sea: zij hadden een groot stuk van het Zuid-Westen gedaan op slechts twee weken tijd, dat is al behoorlijk racen, en ze gaven ons het advies om niet meer dan één dag te nemen voor Joshua Tree, want “het is maar een park en je rijdt er op een paar uur door”.  We voelden meteen dat er een enorm mentaliteitsverschil was en zijn blij dat we niet naar hen geluisterd hebben, want zelfs na twee dagen in het park weten we dat we nog zoveel prachtige wandelingen gemist hebben en dat er zeker nog wat over is om voor terug te komen.  Ik weet niet wat voor moois ons nog allemaal te wachten staat maar dit was van zo’n onbeschrijfelijke pracht, echt met niks te vergelijken.

We verlaten de Golden State om richting de volgende staat te rijden: Arizona, oftewel: The Grand Canyon State.
We willen graag een stukje Road 66 doen, en om de lange rit te breken houden we één nacht halte in Kingman, ook wel “The Heart of Historic Route 66” genoemd.
Het is ongeveer drie uur rijden en hoewel er onderweg niet veel te beleven valt is de route niet saai.  Joshua Tree lijkt eerst eindeloos door te lopen en vervloeit daarna in woestijn.  Er is geen gsm bereik, geen tankstations, geen toiletten, niets.  Maar hou je ogen open want in de woestijn gebeuren gekke dingen.  Zo passeren we op Highway 62 opeens in the middle of nowhere een hek met duizenden schoenen eraan. We stoppen om deze eigenaardigheid van dichtbij te bekijken.  Het is werkelijk een stort van, vooral oude, schoenen en soms ook kledingstukken.  Na enig opzoekwerk blijkt dit “The Rice Shoe Fence” te zijn.  Om onbekende redenen zijn reizigers ooit schoenen beginnen hangen in een boom die op deze plek stond. De boom brandde af in 2003 en nu staat er dus een soort van omheinde “schoenentuin” waar mensen oude schoenen achterlaten.  Als we het hadden geweten hadden we een paar versleten schoenen kunnen meenemen, maar de schoenen die we nu bijhebben kunnen we echt niet missen.

We logeren in de superschattige Airbnb van het al even schattig gepensioneerd koppel Sally en Ron.   Ze zijn zo blij dat er eindelijk weer Europeanen komen, die hebben ze door Covid erg lang moeten missen en om de één of andere reden zijn wij Europeanen gemiddeld heel erg geliefd bij de locals.
En ook hier in Arizona valt ons weer op hoe ontzettend vriendelijk en behulpzaam (en niet fake) de mensen zijn, doet echt deugd.
Kingsman is op zich niet echt een plaats waarvan we zouden zeggen: “daar moet je naartoe!”, maar als je de Route 66 rijdt en/of het ligt op je weg kan je er stoppen om bijvoorbeeld het kleine Route 66 museum te bezoeken (met je inkom van 4 dollar krijg je een entreeticketje mee dat levenslang geldig blijft), of even rond te wandelen in Beale Street, waar je een aantal leuke vintage winkeltjes vindt en een bar met eigen brouwerij.  Maar verder is het een slaperig dorpje en is er niet echt veel te zien.
Morgen rijden we een interessant stuk Route 66, van Kingman naar Flagstaff, heel benieuwd naar!
Het verslag daarover en meer… is alweer voor de volgende blog!

Ciao!

x

Plaats een reactie