Een nieuw avontuur

dinsdag 4 oktober…  met koffers vol zomerkleding, leibanden en dromen trekken we richting de luchthaven.  Mét schoonmoeder Annemie deze keer, die er ook enorm naar uitkijkt om uit haar comfort zone te stappen.  Annemie zal hier bij haar officiele naam genoemd worden de komende weken, Anne-Marie bekt nu eenmaal beter in het engels.  De reis is lang en vermoeiend en brengt ons van Brussel naar Dubai, van Dubai naar Johannesburg en van Johannesburg naar Hoedspruit, waar Sam Keegan ons onmiddellijk in de armen valt. It’s good to be back!

Het is alweer 3 jaar geleden dat we in Zuid Afrika waren, met onze vrienden Wenda en Martijn. 
In 2019 werkten we er 4 weken voor C.A.R.E, een rescue center voor bavianen.
Daar leerden we Sam kennen, en Sam is inmiddels druk bezig haar dromen te verwezelijken.
Vorig jaar kocht ze een immense lap grond in de bush (21 hectare!), op een kwartiertje rijden van het centrum van Phalaborwa.  Op haar eigen stukje paradijs stonden al een aantal gebouwen en samen met de zee van ruimte en de weelderige natuur maakte dit een perfecte plek om haar project op te starten: ARRC.  ARRC, oftewel “Animal Relief for Rural Communities” stelt het welzijn van dieren in de community van Selwane voorop, met de intentie om in de toekomst uit te breiden naar meer communities.  Hiernaast helpen ze ook om de weeskinderen in Selwane een beter leven te geven. 

Meer, veel meer details over het project krijgen jullie later.
De plek waar we de komende 5 weken zullen leven, werken en tot rust komen heet “Khaya Themba”, wat zoveel betekent als “Home of Hope”.
Een toepasselijke naam voor een plek die staat voor hoop op een mooiere toekomst, maar Hope is ook Sam’s hond.  Eind 2019 deed Sam een outreach voor het project Halo, dat in andere communities zieke en ondervoede honden behandelt.  Hope was graatmager en doodziek, Sam vreesde zelfs dat ze weinig kans had om het te halen, ze wilde haar eigenlijk geen naam geven omdat ze bang was zich te hechten aan een hond die geen toekomst had, maar toch noemde ze haar uiteindelijk Hope omdat hoop… nou ja, hoop was het enige dat ze hadden, meer dan hoop was er niet.
Maar die hoop was sterk genoeg en Hope kwam erdoor.  Sam twijfelde geen seconde: deze hond zou bij haar de warmste thuis krijgen die ze zich kon wensen.

Khaya Themba staat nog in haar kinderschoenen.  We zijn mee bij de eerste vrijwilligers en dat is heel bijzonder. Momenteel wordt er nog volop gebouwd aan de kennels, om honden die TVT hebben te kunnen huisvesten.  TVT is een tumor van de externe genitaliën, die overdraagbaar is van hond op hond door sociaal gedrag en sexuele activiteit. De ziekte komt de laatste tijd veel voor bij de honden in de community in Selwane.  Het goede nieuws is dat de kanker goed behandelbaar is met chemotherapie.  Het probleem is alleen dat de honden enkele weken behandeling en quarantaine nodig hebben.  Momenteel worden de honden geplaatst bij de dierenarts, maar het worden er steeds meer, en de dierenarts heeft zijn hokken nodig voor andere spoedgevallen. Daarom bouwt ARRC aan een aantal kennels zodat de honden ter plaatse hun behandeling kunnen krijgen.  Momenteel zijn er niet veel honden op het domein.  Er zijn natuurlijk de “failed adoptions” zoals Sam ze noemt.  Oftewel de honden die ze gewoon zelf hebben gehouden.  Sam heeft Hope en Poppy, en naast Sam woont de Britse Tracey met haar hond Daisy.  Ook Brown mag blijven en woont bij één van de betaalde medewerkers, Masuku.  Brown is een jong bruin-wit gevlekt hondje met een manke poot.  Ze heeft ook een aandoening aan haar ogen, een soort van katarakt.  En daar bovenop heeft ze een ziekte aan haar pancreas.  Brown kan helaas niet meer beter worden, maar ze is lief en aanhankelijk en krijgt alle liefde om haar laatste jaren gelukkig door te brengen.  Als we ’s avonds met de honden gaan wandelen in de bush, huppelt ze vrolijk mee, verdwijnt af en toe, en duikt dan weer op. 
In een hok vlakbij het vrijwilligersgebouw zitten twee ongelooflijk schattige puppy’s: Sunny en Bean.  Hun eigenaar in Selwane bracht hen een tijdje geleden binnen omdat ze “tick bite disease” hadden.  Het is niet de ziekte van lyme, maar het is wel een ziekte die door teken wordt overgebracht en het immuunsysteem sterk verzwakt.  Hun oogjes zaten bovendien volgekoekt met vlooien en ze waren erg mager.  Er waren eigenlijk 3 pups, maar eentje was er te erg aan toe en heeft het helaas niet gehaald.  Op dit moment zijn de twee overblijvende broers genezen, maar ze moeten nog flink aansterken, en daar gaan wij hen bij helpen.  Vooral de kleinste van de twee, Bean, is nog verschrikkelijk mager, maar hij doet het voorlopig goed en hopelijk gaat het steeds beter en beter.

Op onze eerste avond bij ARRC kruipen we kort na het avondeten onder de wol, we kunnen het gebruiken na de lange reis. Op donderdag zijn we weer fris en fruitig en klaar voor onze rondleiding en een heleboel uitleg.  In de namiddag zijn we vrij om te relaxen bij het zwembad.  Sam heeft hier echt een paradijs gevonden. Over het hele terrein staan prachtige bomen zoals de opvallende baobab, de geurige frangipani of de jacaranda, die momenteel prachtig in bloei staat en helderpaars kleurt. 
Als je ’s ochtends zit te ontbijten zie en hoor je waanzinnig veel fraai uitgedoste vogels, waaronder de hornbill, ook wel gekend als Zazu uit The Lion King.  ’s Avonds hoor je bushbabies roepen en vleermuizen piepen.  Als je hier geen rust vindt, vind je het nergens.

Op donderdagavond heeft Tracy een quizavond georganiseerd na het avondeten.  Een leuke manier om de groep te leren kennen.  De teams worden gemixt.  Robbie vormt een team met Sam en Masuku.  Ik neem plaats aan tafel met Roli, die we ook nog kennen van toen we bij C.A.R.E werkten, en Jackie, een Zuid Afrikaans meisje dat hier niet werkt maar gewoon op bezoek kwam. Het verliezende team van vanavond bestaat uit Nye uit Engeland en Kone, die vast werkt bij ARRC.  En de grote overwinnaars zijn Annemie samen met Nyes zus Megan en Roli’s vriendin Khathu.  Het ijs is gebroken.  En dat is maar goed, want morgen vertrekken wij drieën samen met Sam, Tracy, Roli, Khathu, Megan en Nye naar Venda, op zo’n 3 uur noordwaarts van Phalaborwa.  Daar zullen we twee nachten blijven omdat we zijn uitgenodigd op een traditioneel Afrikaans trouwfeest!  Mush en Phathu gaan trouwen en het is een hele eer dat hij ons allemaal heeft gevraagd.  Want hoewel Mush een heel goede vriend is van Sam, hebben wij hem nog nooit ontmoet!
Wij meisjes moesten op voorhand onze maten doorgeven, want er zouden tradtionele rokken voor ons gemaakt worden.  De mannen waren vrij in hun kleding, maar Robbie had op zijn werk advies gevraagd aan een Afrikaanse collega.  Die had gezegd dat hij een stuk Afrikaanse stof moest kopen en een paar details op een wit hemd moest naaien.  Zo gezegd zo gedaan.  In Antwerpen vond hij een winkel die prachtige stoffen verkoopt.  Mijn mama kan uitstekend overweg met een naaimachine en zij toverde een simpel wit hemd om tot de perfecte outfit voor een Afrikaans trouwfeest!

Het huwelijk vindt plaats op zaterdag, maar op vrijdag zijn we al uitgenodigd bij de ouders van de bruidegom.  Als we aankomen worden we ontzettend warm en onder luid gejoel en gezang verwelkomd.  Maar wanneer Mush ons door de tuin leidt, blijkt dat hij een kring stoelen heeft neergezet onder een lycheeboom, ver weg van de familie.  Hij brengt ons wat scones en frisdrank en daar zitten we dan.  Het voelt heel vreemd om zo apart te zitten.  Sam legt ons uit dat er nog steeds een grote wig bestaat tussen zwart en blank.  Dat is ook iets waar ze bij ARRC aan wil werken. 
De meeste zwarte mensen die op het domein werken zijn het niet gewend om als een gelijke behandeld te worden, om samen te eten en te werken, om hetzelfde toilet te gebruiken…  Vooral bij Kone heeft dat veel moeite en traantjes gekost, zegt Sam, en één van de mannen die bouwt aan de kennels durft een blanke nog steeds niet in de ogen te kijken.  Maar het werkt wel.  We eten en werken samen en niemand wordt anders bekeken of behandeld, zo hoort het natuurlijk.  Maar het is dus nog lang niet overal ingeburgerd, en wanneer we op een gegeven moment onze stoelen oppakken en wat dichter bij de familie gaan zitten, vinden ze dat eerst een beetje raar.  Maar we zijn welkom en we kijken die avond toe hoe de vrouwen zich voorbereiden en elkaars haar invlechten.  Stijf van de frisdrank, want iets anders is er niet, rijden we ’s avonds weer naar het hotel.  We zullen onze slaap kunnen gebruiken, want morgen wordt een lange dag.

Zaterdagochtend, the big day!  Vroeg uit de veren gaan we op zoek naar een supermarkt om ontbijt te halen.  Daarna helpt Khathu ons om onze traditionele rokken op de juiste manier te knopen.  We krijgen nog kralen op ons hoofd en een mooie blauwe armband en klaar zijn we.  De mannen lenen nog snel een strijkijzer bij de receptie om hun hemden te strijken en daarna beginnen de eerste gasten al toe te stromen.  De ceremonie vindt namelijk plaats in een feestzaal in dit hotel. 
De gasten zijn allemaal prachtig uitgedost in de meest uitbundige kleuren.  Wij lijken wat uit de toon te vallen als enige blanken en we komen niet half zo goed weg met de kleuren die we dragen als zij, maar toch krijgen we complimenten bij de vleet van de locals, ze vinden allemaal dat we er zo mooi uitzien en ze willen met ons op de foto.  In het begin is dat nog heel grappig en aandoenlijk, maar wanneer er meer en meer mensen beginnen toe te stromen blijken we écht de attractie van de dag te zijn.  We kunnen letterlijk geen twee stappen zetten of we worden vastgepakt voor complete fotoshoots.  Soms willen ze de hele groep, soms willen ze met ons allemaal apart een foto.  Het is één van de vreemdste ervaringen die we ooit hebben gehad.  We wisten al dat de regio van Venda niet toeristisch is, en dat er nagenoeg geen blanke Zuid Afrikanen wonen.  Deze mensen zien hier dus zelden blanke mensen en blijkbaar is dat heel speciaal voor hen. Mensen komen naar ons toe en zeggen dat ze tegen iedereen gaan vertellen dat ze ons ontmoet hebben.  Alsof we celebrities zijn, zo raar! De meeste mensen zijn ontzettend lief, maar soms wordt het ook creepy: zo is er een vrouw die ons niet benadert, maar vanop een afstand de hele tijd staat te filmen, met een bloedserieus gezicht.  Of een vrouw die tegen Robbie zegt dat hij haar borsten moet vasthouden voor de foto!  Iets wat hij gelukkig vriendelijk weigert.  Een andere vrouw zegt I love you tegen mij wanneer we voor de foto poseren, weer iemand anders blijft maar vragen stellen over mijn huid, of die tegen de zon kan, hoe ik ze moet beschermen…  Voor één dag is het ok, maar echt bekend zijn is volgens mij geen pretje.

De ceremonie zelf duurt maar liefst 5 uur.  Na een hele lange intro in één van de 11 talen van Zuid Afrika wordt duidelijk dat de bruidegom bijna naar binnen zal komen.  We kijken vol verwachting naar de deur, maar opeens komt iemand naar onze tafel en zegt: Mush wil dat jullie naar buiten komen.  Ik denk eerst nog dat hij alleen Sam bedoelt, maar hij staat erop dat we allemaal meekomen.  We denken dat hij misschien een foto wil maken, maar het is veel meer dan dat.  Mush wil dat onze groep hem naar het altaar begeleidt!  Het is ontzettend vreemd maar wel een ongelooflijk grote eer.  Terwijl we achter de bruidegom naar voren lopen zijn er alweer heel wat telefoons op ons gericht.  Ik ben benieuwd op hoeveel van deze mensen hun Instagrams we gaan belanden, al zullen we dat nooit weten.  Wanneer we weer op onze plaats zitten is het tijd voor de bruid om binnen te komen.  Ze draagt een felgele bruidsjurk met een lange sluier.  Na de eerste helft van de ceremonie zal ze zich omkleden in de traditionele klederdracht van de streek. 

De dienst is heel speciaal om mee te maken.  Het is heel kleurrijk en innemend, met heel veel preken, gebeden en gezang. En het is totaal anders dan wij gewend zijn.  Zo zijn de tafels prachtig gedekt met verschillende wijnglazen en gouden bestek, maar dat ligt er allemaal alleen voor de sier.  Het bestek wordt aan het einde van de ceremonie weggehaald en de glazen blijven leeg.  Iedereen krijgt een flesje water, dat wel.  En een zakje met gekookte bonen en een maiskolf, én een banaan. Na de ceremonie worden we buiten uitgenodigd om aan te schuiven aan het buffet voor een late lunch. Die is wel heerlijk.  De bruidstaart die tijdens de dienst werd aangesneden is nergens te bespeuren, die was misschien ook voor de sier. 

We waren er vanuit gegaan dat het avondfeest in dezelfde zaal zou plaatsvinden, dat was één van de redenen dat we in dit hotel zijn blijven slapen.  Maar blijkbaar is het de bedoeling dat we tegen de avond allemaal naar het huis van Mush zijn ouders komen.  We zien het eerst niet zo zitten, we hebben intussen al iets gedronken en het is wel een eind rijden.  Maar is het niet onrespectvol om niet te gaan? Terwijl we samen nog iets drinken in de tuin, komt een oom van de bruidegom plots spontaan voorstellen om ons naar het feest te brengen. We willen het niet te laat maken, maar hij belooft ons plechtig dat hij ons zal terugbrengen wanneer we willen.  Bovendien drinkt hij niet, dus het is helemaal veilig.  We besluiten dus mee te rijden met “Uncle Chase”.  Het feest is niet echt een uitbundig dansfeest, zoals we hadden verwacht, maar opnieuw krijgen we een cirkel met stoelen toegewezen en genoeg frisdrank om suikerziekte te krijgen.  Maar het is gezellig, we zingen liedjes en lachen heel wat af.  Ik herinner me weer waarom vrijwilligerswerk zo tof is, je leert telkens weer nieuwe mensen kennen waarmee je altijd één heel groot iets gemeenschappelijk hebt: de reislust, de liefde voor dieren, en de zin om tijdens dat reizen iets nuttigs te doen.

Het wordt later en we gaan op zoek naar Uncle Chase.  Wanneer we hem vinden is hij opeens wel heel vrolijk.  Sam vraagt hem wat hij aan het drinken is en hij antwoord doodgewoon “cognac”. Ze zegt “pardon?” en hij zegt weer “cognac”.  “Maar jij ging ons toch nuchter naar het hotel brengen?”  
Een moment is het stil en dan barst Uncle Chase in een bulderende lach uit “hahaha! Oh… I’m sorry! I forgot! Hahaha!”  We komen zelf ook niet meer bij van het lachen, maar vragen ons wel af hoe we dan gaan terug geraken.  Gelukkig vinden we al snel een andere oom, die we gewoon “Uncle” noemen.  Uncle is nuchter en wil ons graag terugbrengen.  Hij rijdt met een gewone Kia, maar hij is er zeker van dat we er alle 9 inpassen.  En zo geschiedt.  9 vrijwilligers en een nonkel in een standaard personenwagen.  Hoe dat gelukt is snap ik nog steeds niet, en het zinnetje “only in Africa” is hier heel toepasselijk.

De volgende dag rijden we terug naar Phalaborwa, maar Sam stelt voor dat we vroeg opstaan en er een dagtrip van maken.  We kunnen namelijk via één van de noordelijke ingangen het Krugerpark in, en via de ingang bij Phalaborwa er weer uit.  Ze weet ons binnen te smokkelen aan een verlaagd tarief, door de bewakers wijs te maken dat we allemaal Zuid Afrikanen zijn.  Het wordt een voltreffer.  We verwachten niet al te veel te zien, want het kwik stijgt tegen de middag al naar 39 graden, maar we zien toch ontzettend veel dieren: olifanten, giraffen, buffels, wildebeest, veel impala, kudu en nog andere soorten antilopen, nijlpaarden en krokodillen en veel bijzondere vogels waarvan de naam mij ontglipt, een hyena… een paar slapende leeuwen in de verte…  als je bedenkt dat we eigenlijk gewoon op terugweg zijn naar Phalaborwa en dit een ongeplande trip was, hebben we echt heel veel geluk.  Voor Annemie is het de eerste safari en ze is ook enorm onder de indruk.  Als we ’s avonds terug bij Khaya Themba zijn, zijn we allemaal moe maar voldaan en enorm dankbaar voor het fantastisch weekend.  Morgen kan het echte werk beginnen, maar daarover lezen jullie binnenkort in de volgende blog.

Ciao!

x

Een gedachte over “Een nieuw avontuur

Plaats een reactie