Dingen lopen niet altijd zoals gehoopt…
Niet elk verhaal heeft een happy end…
Werken met dieren geeft veel voldoening, de succesverhalen maken je gelukkig, maar af en toe loopt het niet goed af.
Kleine Bean heeft het niet gehaald. Hij deed het zo goed… hij at flink, er kwam wat vet op zijn mager lijfje, hij speelde, knuffelde, kwispelde…
En toen ineens wilde hij amper nog eten, zat te rillen en stond te wiebelen op zijn pootjes, viel om in zijn voerbakje…
Het was mis. Helemaal mis. Bloedonderzoek wees uit dat Bean naast zijn tick bite fever ook nog parvo bleek te hebben, een heel besmettelijke ziekte bij honden en heel gevaarlijk voor jonge puppies die al een zwak immuunsysteem hebben. Lani en Fernando hebben alles geprobeerd, maar Bean was op… hij kon niet meer vechten.
De verslagenheid is groot bij iedereen op Khaya Themba. Je hoopt zo hard dat je hen kan redden, dat ze er allemaal door zullen komen. En als dat niet lukt is het verdriet zo groot. En het went nooit, zegt Tracey. Ze is hier nu bijna een jaar en elke keer als een dier het niet haalt breekt haar hart opnieuw en opnieuw en opnieuw.
Je vraagt je af of je iets had kunnen doen, of hij het had gehaald als…
Maar het is niemands fout. Het heeft gewoon niet mogen zijn. We troosten ons met de gedachte dat als Bean hier een paar weken geleden niet was opgevangen, hij allang dood was geweest, dat hij ergens zielig en alleen buiten was gestorven. Hij heeft zijn laatste weken doorgebracht omringd door mensen die oprecht van hem hielden, hem knuffelden en met hem speelden… hij heeft zijn buikje hier meer kunnen vullen dan hij ooit had kunnen dromen. Hij had een veilig en warm nest en hij is zachtjes ingeslapen, wetende dat hij heel bijzonder was. Zijn broertje Sunny mist hem zo erg, we horen hem ’s nachts huilen. Gelukkig is Sunny bijna klaar om naar huis te gaan, waar hij nog broers heeft.
Fernando geeft me Bean’s halsbandje terug. Ik weet nog niet wat we ermee gaan doen. Ik heb het gevoel dat het misschien ongeluk brengt als ik het aan een andere puppy zou geven. Voorlopig houden we het bij, als herinnering aan Bean. We zullen hem nooit vergeten.
Zoals ik jullie beloofd heb in de vorige blog vertel ik jullie graag wat over een ander project.
Umoya Khalula Wildlife Centre is een center dat alle soorten wildlife redt, opvangt en laat herstellen.
Hun belangrijkste doel is dat alle dieren uiteindelijk weer worden vrijgelaten in het wild, waar ze thuishoren. Ze zijn eigenlijk niet open voor publiek, maar omdat oprichtster Emma goed bevriend is met Sam, maken ze een uitzondering voor ARRC vrijwilligers.
Dit center is een voorbeeld van waar Sam ARRC uiteindelijk naartoe wil zien gaan. Umoya Khalula is indertijd ook klein begonnen, met slechts 1 hok en geen ruimte om vrijwilligers onder te brengen. Nu hebben ze 32 hectare grond en staan ze op het punt om nog een aangrenzend stuk grond bij te kopen.
Vaste medewerkster Katherine leidt ons rond op het enorme domein. We worden meteen verwelkomd door een stel honden en krijgen een piepjong katje in onze armen geduwd.
We mogen binnenkijken in de kliniek waar een paar jonge vogeltjes herstellend zijn en ze vertelt ons wat meer over wat ze juist doen bij Umoya Khalula.
Dan krijgen we uitleg over de pangolins. Pangolins zijn een soort van gordeldier, ze zijn met uitsterven bedreigd en ze zijn het meest verhandelde dier in de illegale dierenhandel.
Stropers vangen hen en verschepen ze naar China, waar ze gedood worden voor hun schubben, die verwerkt worden omdat ze zogenaamd libido verhogend zouden zijn. Onzin natuurlijk, en hartverscheurend. Het jammere voor deze dieren is dat ze makkelijk te vangen zijn. Als er gevaar dreigt rollen ze zich op tot een gepantserde bal. Dat werkt prima tegen roofdieren, maar een stroper kan de bal gewoon oppakken. Pangolins hebben ook nog de tegenslag dat ze moeilijk in leven zijn te houden, ze eten enkel mieren. En hoewel er in Zuid-Afrika maar liefst 500 soorten mieren leven, lusten de Pangolins maar 2 specifieke soorten. Je kan hen dus niet vrijlaten op een plek waar die 2 soorten niet voorkomen, dan verhongeren ze. Moeilijke eters!
De pangolins die gered worden verblijven trouwens niet hier, maar op een locatie die strikt geheim is. Topsecret zodat stropers hen niet kunnen vinden.
Andere dieren die hier wel opgevangen worden zijn onder andere een hele bende mangoesten (familie van het stokstaartje, heel grappige diertjes) een blesbok die Barry heet en je als een hondje volgt, bushbabies, 2 aardwolven, een aardvarken, wrattenzwijnen, 2 jonge nijlpaarden, 2 prachtige caracals… veel van deze dieren zitten hier omdat ze gered zijn uit de illegale huisdierenhandel. Het is echter niet omdat veel van deze dieren gewend zijn aan mensen dat ze niet meer vrijgelaten kunnen worden. Integendeel, zegt Katherine, het is verrassend, maar de meeste dieren kunnen uiteindelijk echt terug naar de vrije natuur. Enkel dieren die onmogelijk terug kunnen, zoals bijvoorbeeld een vogel die maar 1 vleugel heeft, worden geëuthanaseerd. Een visie waar niet iedereen het mee eens zal zijn, en ik heb het daar ook moeilijk mee, maar uiteindelijk is het wel begrijpelijk: Umoya Khalula wil absoluut geen zoo zijn en streeft er daarom naar dat alle dieren uiteindelijk weer vrij worden gelaten.
Op zondagavond doen we een braai (bbq) bij het zwembad omdat het Jayne’s laatste dag is.
Het is altijd raar wanneer mensen vertrekken en Jayne is hier maar een week geweest, ook al lijkt het of we haar al veel langer kennen.
Wanneer Sam haar maandagmiddag meeneemt naar de luchthaven, is het alweer tijd voor het volgende afscheid. Jack vertrekt op dinsdag, en Tracey heeft voorgesteld om op zijn laatste dag de riverboat safari te doen.
We hebben deze boottocht drie jaar geleden bij CARE ook gedaan, maar toen zijn we ’s avonds gegaan.
Omdat het donker was zagen we enkel heel veel oplichtende krokodillenoogjes, maar verder kon je niks zien. Toch was het een leuke avond, we konden nog eens een keer iets leuks aandoen, en na de boottocht hadden we een lekker etentje in de lodge waar de boot vertrekt.
Anyway, deze keer varen we al om 15u uit. De boot vertrekt opnieuw vanuit de mooie Kambaku Lodge, waar we een late lunch bestellen die we dan op de boot kunnen opeten.
Nu we het zo in het licht zien, zien we pas echt hoe mooi de boottocht is. De boot vaart ons 2 uur rond op de Olifants rivier en we zien zoveel dieren. Olifanten, verschillende soorten antilopen, krokodillen, Afrikaanse visarenden… En het is zo’n rustgevende manier om deze wilde dieren van dichtbij te zien, heel anders dan wanneer je ze vanuit de auto ziet. Bovendien is de zonsondergang prachtig vanop het water. Een mooie manier om je laatste dag te spenderen. Met Jayne en Jack hebben we afscheid genomen van twee toffe mensen. Ze brachten allebei zo’n positieve vibe over Khaya Themba, Jayne met haar zonnig karakter, Jack met zijn droge humor. We zullen hen missen, maar we hebben al plannen gemaakt voor een reünie, ooit.
’s Avonds duiken we vroeg onder de lakens, want morgenvroeg om 5u vertrekken Annemie, Robbie en ik voor een tweedaagse trip naar het Krugerpark.
Het Nationaal Park is ongeveer zo groot als België, en er lopen maar een paar wegen door. De dieren kunnen zich dus heel diep in het gebied terugtrekken. De natuur laat zich niet dirigeren en je weet dus nooit wat je zal zien. Sommige mensen zien meteen de big 5 tijdens hun eerste bezoek, anderen zien enkel een paar antilopen.
Het beste dat je kan doen is je verwachtingen laag houden en gewoon te genieten. Ook de kleinste vogels kunnen fascinerend zijn!
3 jaar geleden hadden we het geluk om Casper te zien, één van de slechts 3 uiterst zeldzame witte leeuwen die in het natuurgebied leven. Volgens de geruchten is er deze week opnieuw een witte welp geboren, en dus zijn er nu 4 witte leeuwen! Spoiler: we krijgen deze keer geen witte leeuw te zien, maar wel zoveel meer!
We zien onder andere een luipaard in een boom, een beeld dat op de wishlist staat van veel bezoekers. Door onze verrekijker kunnen we hem uitstekend observeren. Hij kijkt rustig terug naar ons en de andere auto’s. Recht in de gigantische National Geographic-waardige lens van de dame die naast ons geparkeerd staat. Hij lijkt echt te liggen poseren en we vinden het jammer dat de zoom van ons fototoestel niet ver genoeg reikt voor een scherpe foto, maar hem gewoon kunnen zien is al op en top kicken!
We rijden uren en uren in het park, zien talloze giraffen (die gaan echt nooit vervelen), massa’s olifanten (Annemie heeft er wat schrik van en dat is een beetje terecht, als je door het park rijdt moet je altijd alert zijn voor olifanten die dicht bij de weg staan, vooral als ze kleintjes bijhebben! Maar desalniettemin blijven deze mastodonten prachtig om te zien), we zien ook tal van bijzondere grote vogels, een drietal leeuwen in de verte, buffels, véél zebra’s en wildebeest (ook wel gnoes genoemd), en zoveel soorten antilopen zoals klipspringers, steenbokjes, kudu’s en impala’s. Deze laatste is volgens ons zowat het meest onderschatte dier in heel Afrika wat schoonheid betreft. Er zijn er zo gigantisch veel van, bijna niemand stopt voor een foto van een impala. Terwijl ze zo prachtig zijn met hun elegante loopje en hun wondermooie grote zwarte ogen. Ze zijn zowat het toppunt van puurheid en onschuld. Prachtige dieren!
We rijden door tot 18u, zo zien we nog net de zonsondergang en kunnen we de foto maken waar we al zolang van dromen. Een giraf die net oversteekt terwijl achter hem de zon roodgloeiend ondergaat, om stil van te worden!
Om 18u moet iedereen binnen zijn in het kamp. De vorige keer logeerden we in Satara campsite, comfortabele ronde hutjes met een mooi opgedekt bed en een badkamer met een zalige douche. Deze keer is het wat anders: Sam heeft een nieuwe favoriete campsite en dat is Tamboti. Hier ga je back to basics: we slapen in eenvoudige tenten op palen, ’s avonds vliegen de insecten ons rond de oren, zoemen enorme mestkevers als drones om ons heen, maken we onze eerder afgehaalde pizza’s warm op de eenvoudige braai die voor elke tent staat, drinken we een biertje, genieten we van de geluiden van de natuur en lachen wat af. Vooral Annemie zorgt voor het nodige entertainment. We hebben besloten om te eten op het terras voor haar tent, omdat zij het beste uitzicht heeft. Op dat terras staat een soort van kooi waar je etenswaren in kan stoppen zodat de apen er niet aan kunnen. Overal hangt ook info dat je ABSOLUUT geen eten in je tent mag bewaren want bavianen zouden zomaar kunnen inbreken. Anyway, de braai is klaar voor de pizza’s en Sam vraagt waar we ze gezet hebben. Annemie antwoordt droog: “in my tent.” Oeps!
Gelukkig is er niks gebeurd. Wel krijgen we bezoek van de drie honingdassen die op deze camping rondlopen. Vanaf 19u30 kan je hen verwachten. Ze wandelen heel de camping af en speuren elke vuilbak af, op zoek naar restjes. Ze zijn totaal niet schuw en we hebben zelfs foto’s gezien van een honingdas die de etensresten recht van de tafel komt halen! Ze hebben scherpe nagels en kunnen gevaarlijk zijn als het om voedsel gaat, dus we observeren hen vanop een veilige afstand.
Annemie krijgt haar pizza niet op en besluit de rest in de vuilbak te gooien voor de dassen. ’s Avonds ziet ze door het gaas in haar tent hoe alle drie de dassen een feestje bouwen rond haar vuilbak.
Als we ’s ochtends om 5u naar het douchegebouw lopen, zien we dat de bavianen in de boom naast het gebouw stilaan wakker beginnen te worden en naar beneden beginnen te komen. Snel douchen is de boodschap, Sam is iets later en wordt achtervolgd door een nieuwsgierig alfamannetje. Wanneer hij merkt dat er geen lekkere etensgeur uit haar toilettas komt, geeft hij het op.
Wanneer we om 5u30 het kamp verlaten is dat met een gevoel van voldoening en verwondering. Ondanks het gebrek aan een muskietennet hebben we heerlijk geslapen in de tent, en het was puur genieten om je tijdens de nacht bewust te blijven van alle geluiden. We hoorden hyena’s, bavianen, krekels, uilen en andere vogels, en er kwam geregeld een mysterieuze bezoeker aan onze tent krabben. We hoorden ook een voor ons onherkenbaar dierengeluid bij onze tent, toen ik het beschreef aan Sam bleek het een Afrikaanse civetkat te zijn geweest! Deze nacht staat absoluut in onze top 5 van meest bijzondere overnachtingen die we ooit gehad hebben. Zelfs Annemie, die hiermee alweer een grote stap uit haar comfortzone heeft gezet en bovendien helemaal alleen in haar tent moest slapen, zegt: “het is geen Van der Valk, maar ik vind het zeker even leuk!”
Onze tweede safaridag begint opnieuw met heel veel dieren. Sam vraagt ons wat we nog graag willen zien en we zijn het allemaal eens dat de grote katten de kroon spannen. Cheetah spottings zijn zeldzaam, maar het is mogelijk. Het luipaard hebben we gisteren gekregen, maar wie weet krijgen we hem nog eens te zien. En die leeuwen die we gisteren zagen waren zo ver weg…
We rijden kilometers en kilometers, maar zonder succes. Ik zeg in mezelf tegen papa: “ik weet dat het waarschijnlijk veel gevraagd is, maar als het lukt, zou je dan kunnen zorgen voor gelijk welk soort grote kat héél dichtbij? Op de weg of aan de kant van de weg?”
Op het moment dat ik het denk zijn we op een paar kilometer van Olifants Campsite, waar we zullen lunchen. Deze regio staat niet meteen gekend voor grote katten, er is één groep leeuwen gekend in dit gebied en zij worden zelden gezien. We hebben honger en de lunch is in zicht, dus we zijn al iets minder alert naar buiten aan het turen… tot plots…
“OH MY GOD!” roepen we haast in koor. Sam trapt hard op haar rem.
Een hele stapel leeuwen: 3 leeuwinnen met in totaal ongeveer 7 of 8 halfvolwassen jongen, ligt te luieren vlak naast de weg! We zijn de eersten hier dus we hebben het allerbeste zicht. Ze zijn zo dichtbij dat, als we onze arm uit het raam zouden steken, we ze bijna zouden kunnen aanraken!
Dit is zo bijzonder… ze lijken onze aanwezigheid totaal niet storend te vinden en we nemen al onze tijd om hen in verwondering te observeren en foto’s te maken. We hebben nog nooit leeuwen van zo dichtbij gezien, zelfs Sam is onder de indruk, en zij kent het Krugerpark op haar duim.
Dankjewel voor de hulp papa!
Na de lunch besluiten we een stukje langs dezelfde weg terug te rijden, maar intussen staan er al een tiental auto’s rond de groep liggende leeuwen (ook wel “flat cats” genoemd).
We besluiten dat we tevreden zijn met de unieke ervaring die we hadden om er als eerste te zijn en rijden meteen verder. De mensen in de andere auto’s moeten vast gedacht hebben dat we dom, blind of onverschillig waren, niet stoppen voor leeuwen aan de kant van de weg? Huh?!
De volgende uren verandert het weer, er hangt storm in de lucht en dat merk je aan de dieren. Ze trekken zich terug, dieper het park in, waar de begroeiing veel dichter is.
Vanaf het punt waar we de leeuwen zagen, tot het moment dat we omstreeks 18u de Phalaborwa uitgang bereiken, zien we letterlijk niks meer, op een enkele olifant of vogel na.
Een heel vreemde ervaring. Maar we klagen niet, integendeel, we zijn zo verwend geweest!
Voor Annemie zijn haar laatste twee dagen een perfecte afsluiter geweest. Ze heeft haar ups en downs gehad hier in Afrika, maar ze sluit de reis tevreden af. Het is een ervaring geweest die ze nooit meer zal vergeten. Als we haar de volgende dag mee naar de luchthaven in Hoedspruit brengen, is ze toch een beetje emotioneel. Afscheid nemen is altijd moeilijk, maar ze kijkt er natuurlijk ook naar uit om weer thuis te zijn, bij haar man en hond. We zullen haar missen hier, en ze gaat naar huis met een koffer vol herinneringen.
Tijdens onze afwezigheid heeft Maz afwisselend met Fernando voor ons kuikentje Pip gezorgd.
Er werd besloten dat hij moet leren hoe hij een kip of haan moet zijn (het is nog te vroeg te bepalen wat het zal worden). We mogen niet meer teveel met hem spelen en hem niet meer teveel aanhalen. We gaan overdag een paar keer met hem naar de kippenren, waar hij vrolijk achter ons aan wandelt, als we weggaan zetten we hem in zijn aparte kooi in de kippenren, en ’s nachts slaap hij in zijn grote emmer in onze kamer. Maar het moet beter.
De dag na Kruger slaan Robbie, Roli, Maz en ik de handen in elkaar om van Pip’s kooi een echte villa te maken. Met materialen die we vinden in de garage maken we een waterdicht dak.
We richten zijn kooi mooi in met een nest waar hij lekker droog en uit de wind kan zitten. In dat nest leggen we wat hooi en het zachte dekentje waar hij graag in slaapt.
De kooi schuiven we nadien naast de kooi waar de andere kippen op stok gaan. Zo kunnen ze elkaar op een veilige manier zien en horen. Als Pip wat groter is, zullen we nog eens proberen of we hem kunnen introduceren bij zijn soortgenoten.
In het begin vinden we het moeilijk om dat kleintje daar zo alleen achter te laten. In de week dat hij bij ons woonde volgde hij ons overal, waarbij we voortdurend moesten opletten dat we niet op hem zouden trappen of iets op hem zouden laten vallen. Hij zat op Robbie’s knie, speelde met mijn armbandjes, en als hij moe werd sprong hij op mijn schouder en verstopte hij zich onder mijn haar. Het is gek hoe snel je gehecht raakt aan zo’n diertje. Maar we zullen er niet altijd voor hem zijn en we willen natuurlijk het beste voor hem. In het begin is het moeilijk. Hij loopt vrolijk te scharrelen in zijn nieuwe villa en lijkt gelukkig, maar zodra we weggaan begint hij hartverscheurend te piepen.
Nu hij er een paar dagen woont kan ik met een gerust hart zeggen dat het de juiste beslissing is geweest. We gaan af en toe bij hem kijken maar we pakken hem niet meer op. Als we weggaan piept hij, maar daar stopt hij al veel sneller mee en dan scharrelt hij vrolijk en blij verder.
Het is goed zo.
We krijgen binnenkort nog meer zorgenhondjes dus we zullen al onze tijd en aandacht nodig hebben.
De maandelijkse outreach komt er namelijk aan en wanneer jullie dit lezen is hij zelfs al achter de rug en heb ik al een tipje van de sluier opgelicht. Meer komen jullie te weten in de volgende blog!
Ciao!
x


















































