“Everything in Africa bites, but the safari bug is worst of all”
Met ons huurwagentje rijden we op zaterdagnamiddag het Krugerpark binnen via de Orpen Gate.
Vanavond slapen we opnieuw in het Tamboti tentenkamp. Maar voor het zover is, doen we een eerste rit in de omgeving tot de zon ondergaat. Het baby seizoen is volop op gang aan het komen en dat merken we meteen bij de impala’s. Impala’s zijn sowieso al prachtige diertjes, maar die kleintjes… die zijn gewoon oogverblindend! Het zijn perfecte kopies van hun perfecte ouders, alleen zo klein, zo fijn, zo elegant… hun oren en ogen hebben al een volwassen formaat, wat ze nog schattiger maakt. Je ziet er massa’s als je door het Krugerpark rijdt. Ze huppelen en rennen rond, ze komen nieuwsgierig dichterbij en kijken je met hun grote stroopkleurige ogen aan… tot ze al bokkensprongen makend terugrennen naar hun moeders. Ongelooflijk prachtig!
We hebben net dezelfde tent gekregen als de vorige keer in Tamboti, en ook vanavond komt de honingdas langs, om teleurgesteld vast te stellen dat er niks in onze vuilbak zit, en meteen weer weg te hobbelen. Maar er komt ook iets anders langs. In het donker is het moeilijk te zien wat voor dier er zich richting de flauw verlichte braai area beweegt. Het beweegt in elk geval een stuk lichter en eleganter dan de honingdas, en het is zeker en vast veel slanker. Het blijkt een genetkat te zijn! Dit nachtdier is slank en prachtig gevlekt. Heel erg mooi! Die kunnen we al afvinken in ons Kruger boekje.
Kruger boekje? Als je zelf door het Krugerpark rijdt, is het echt aan te raden zo’n boekje te kopen. Het bevat plattegronden van alle regio’s in het enorme park, info over de rustkampen, tips en tricks waar je de meeste kans hebt op bepaalde dieren, én achteraan zit een lijst met alle zoogdieren, reptielen en vogels die in het park voorkomen. Het geeft een kick elke keer je er eentje kan afvinken, het lijkt wel of je op Pokémons aan het jagen bent.
Die nacht luisteren we weer naar de “woo-oop” van de hyena’s, horen we dieren rondstommelen op onze porch, horen we het geblaf van de bavianen en gekrijs van wat waarschijnlijk een aardvarken of wrattenzwijn is, en slapen we tegelijkertijd als rozen. Het is nodig, want in de maanden november, december en januari gaan de poorten van de kampen ’s ochtends nog vroeger open. Om 4u30 mag je dan het park al in, en dat is een uur vroeger dan de hoofdingangen opengaan. Het is de moeite waard om extra vroeg op te staan, want de meeste dieren krijg je te zien in de vroege ochtend, of net voor zonsondergang.
We hebben bovendien een heel lange rit voor de boeg vandaag. We rijden helemaal naar beneden, naar het zuidelijk gelegen rustkamp “Berg en Dal”. Het is ongeveer 8,5 uur rijden. Die gemiddelde reistijd wordt berekend aan een gemiddelde snelheid van 25 km per uur. Je weet nooit op voorhand hoelang je erover zal doen. Op de zandwegen mag je 40 km per uur rijden en op de asfaltwegen mag je 50 km per uur rijden, maar in de praktijk rijd je veel trager. Ten eerste omdat je voortdurend aan het turen bent om dieren te spotten, ten tweede omdat je moet oppassen dat je geen impala of giraf omver rijdt, en ten derde omdat olifanten nogal eens spelbrekers kunnen zijn. Als zij op de weg, of vlak langs de weg staan, is het beter te wachten tot ze voorbij zijn. Een geagiteerde olifant kan zomaar even je auto omver kantelen en verpletteren, niet iets wat je wil meemaken. Olifanten kunnen naar verluidt vooral niet tegen het geluid van een draaiende motor, daar worden ze nijdig van. Je kan hun gedrag echter wel voorspellen. Zolang ze rustig staan te eten en niet met hun oren beginnen te flapperen, is alles ok en kan je rustig passeren. Maar ze zorgen dus nogal eens voor vertragingen, mensen gebruiken olifanten zelfs als excuus wanneer ze ergens te laat zijn. Stel je voor: “sorry dat ik te laat ben baas, er stonden olifanten op de baan.” Een groter probleem zijn olifanten in musth. Een olifantenstier gaat een paar maanden per jaar in musth en wordt op die manier onweerstaanbaar voor vrouwtjes. Het maakt hen echter ook extreem agressief en gevaarlijk. Je kan zien dat een olifant in musth is doordat hij vocht verliest tussen de oren en ogen en dat hij regelmatig sterk ruikende urine loost. We zijn één olifant in musth tegengekomen, vlak langs de kant van de weg, dus dat was even erg spannend want we wisten niet goed of hij zou aanvallen als we erlangs zouden rijden. We hebben hem even geobserveerd en zagen dat hij zijn ogen gesloten hield. Toen hebben we het er maar op gewaagd en het was ok, ik denk dat we het geluk hadden dat hij even aan het rusten was.
Aan de hand van de plattegronden in je Kruger boekje, kan je bepalen waar en wanneer je je pauze’s gaat nemen. Zo stoppen we in Satara voor ons ontbijt, en in Skukuza voor lunch. Skukuza is een kamp dat ik absoluut niet zou aanbevelen, en ik ben zo blij dat we niet hebben besloten om daar te logeren. Het is het grootste kamp in Kruger en het heeft een eigen luchthaven, spa, golfterrein enzovoort. Het contrast met de rust in andere kampen kan niet groter zijn. We eten er snel iets en maken ons snel uit de voeten.
We komen pas laat aan bij Berg en Dal. We hebben zoveel dieren gezien vandaag (later meer hierover), en we hebben de afstand een beetje onderschat. We zijn helemaal uitgeput, kopen iets in het winkeltje om klaar te maken in onze bungalow, en gaan op tijd naar bed, want morgen is het weer vroeg dag. Als ik een paar tips mag geven voor wie een meerdaagse safari wil doen in het Krugerpark: ten eerste: zeker doen, het is de moeite waard en elke dag is anders, trek er ook genoeg tijd voor uit, je kan hier makkelijk een week of zelfs meerdere weken doorbrengen! Tip twee: breng een verrekijker mee. Heel vaak zie je dieren van heel dichtbij, maar die verrekijker komt heel goed van pas voor het observeren van een luipaard dat ver weg in een boom ligt, of om naar vogels te turen vanuit een kijkhut, of gewoon om de omgeving af te speuren en iets te ontdekken wat je met het blote oog nooit gezien zou hebben. En tip drie: doe het niet op de manier zoals wij het gedaan hebben: van kamp naar kamp rijden is leuk, en je ziet de omgeving veranderen. Maar de lange afstanden, het voortdurend turen en spieden, en het lange stilzitten in de auto maken het wel extreem vermoeiend. Wij gaan in de toekomst zeker nog een keer terugkomen, en dan weten we al wat we gaan doen: we zullen dan enkele nachten in Berg en Dal verblijven, dit is een heel gezellig, rustig en bosrijk kamp. Als je meerdere nachten blijft kan je het heel anders aanpakken: je zou dan ’s ochtends je vroege ochtendrit kunnen doen in de ruime omgeving. (het zuiden van het park heeft de grootste concentratie dieren en hier heb je het meeste kans op het spotten van neushoorns én de rest van de Big 5), dan zou je voor de middag kunnen teruggaan naar je bungalow om wat te rusten, een dutje te doen, te lunchen, een verfrissende duik in het zwembad te nemen… en dan kan je in de namiddag terug gaan rijden tot de zon ondergaat. Op die manier hou je nog wat energie over.
Ook Crocodile Bridge en Lower Sabie zijn heel fijne kampen in het zuiden van het park. We zijn daar enkel gestopt voor een korte pauze, maar we zagen meteen dat dit ook erg leuke plekken zijn voor een meerdaags verblijf. Tentenkamp Tamboti zou ik dan weer maar 1 nacht doen, aangezien je er overdag eigenlijk beter wegblijft omdat de bavianen je dan de hele tijd zullen lastigvallen. Maar ook dat kamp is een grote aanrader, alleen al voor alle geluiden die je ’s nachts hoort.
In het zuiden van het park zie je ook hoe hard het landschap verschilt van het centrum en het noorden. Het is hier nog veel groener, met grotere bomen, en het is ook bergachtig.
De zonsopgang in deze omgeving is fenomenaal.
Wij vinden het persoonlijk mooier hier. Het groene seizoen is sowieso al mooier in het hele park. Het maakt het misschien wel iets lastiger om dieren te spotten, maar oh wat hebben wij veel geluk gehad tijdens onze driedaagse trip!
De neushoorn en het jachtluipaard waarop we hadden gehoopt hebben we niet te zien gekregen, extra reden om nog eens terug te komen dus. Maar we zijn echt verwend geweest: we kregen elegante overstekende giraffen, vechtende olifanten en vrolijke olifanten die een modderbad namen, immens veel baby impala’s (ze worden lammetjes genoemd), wrattenzwijntjes (Pumbaa) en hun grappige babies. Een wrattenzwijn dat rondloopt houdt zijn staartje in de lucht als een antenne, zo schattig om te zien! We observeerden bavianen en vervet aapjes, staarden naar een verveelde hyena die net een modderbad had genomen en zagen nog een hyena wegwandelen in de open savanne. Vergaapten ons aan een immense baobab boom en aan een kleurrijke blauwe ijsvogel die een indrukwekkende paringsdans deed voor een grauw bruin vrouwtje. We ontpopten ons tot vogelaars door veel verschillende vogels te spotten en af te vinken in ons boekje: van de kleine Afrikaanse hop met zijn oranje kuif, over de Zuidelijke hoornraaf tot de indrukwekkende Afrikaanse visarend. We tuurden met onze verrekijker tot we het slaperig luipaard in de boom konden spotten en zagen nog net het oor van een leeuw die een buffel had gedood. (naar het schijnt, want het was te ver weg om het te kunnen zien), de talloze gieren die in de bomen hun beurt zaten af te wachten wezen er in elk geval op dat er sprake was van een behoorlijk feestmaal. We zagen buffels van héél dichtbij en genoten van het ontspannend geluid van hun gekauw op het frisse gras. We zagen frisse drinkpoelen waar verschillende planteneters samen van genoten, zoals impala’s, wildebeesten, waterbokken en zebra’s… Hoewel we elke avond doodop waren hebben we ons geen seconde verveeld. Je raakt nooit uitgekeken op al het moois dat de natuur hier te bieden heeft.
Op 21 november vier ik mijn verjaardag in het park. De dag begint meteen niet al te best, want we zijn nog maar net het kamp uit of we horen een vreemd geluid aan de achterband. We rijden terug want je mag niet zomaar uitstappen, en merken dat er een spijker in de band zit. Gelukkig hebben we een volwaardige reserveband en het is ook het enige pechmomentje van de dag. Robbie heeft voor een kaartje gezorgd, heeft op voorhand een stuk worteltaart gekocht en daar staat zelfs een verjaardagskaarsje op dat hij heeft meegenomen bij Khaya Themba! Ik krijg ook twee cadeautjes. Het eerste is een honeybadger. Robbie had er tijdens onze vorige Kruger trip voor zichzelf één gekocht en hoewel ik nooit had gedacht ooit een zakmes nodig te hebben, heb ik het sindsdien meermaals van hem “geleend”, soms voor werk op de boerderij, soms om een appel of een stuk brood te snijden, en soms ook gewoon om een flesje bier open te maken. Ik ben er superblij mee! Het tweede is een ketting en oorbellen van “down to the wire”. Deze organisatie maakt juweeltjes van snares die gevonden worden tijdens snare sweeps. Ik had het er al over gehad dat ik graag iets van hen wilde kopen, en vond het al jammer dat het er niet meer van was gekomen. Robbie heeft ze toch nog kunnen bestellen via Lani en Fernando, die ze hem tijdens de laatste snaresweep stiekem hebben toegestopt.
’s Avonds dineren en slapen we in Satara. Dit kamp staat ervoor gekend in de regio te liggen waar heel veel grote katten voorkomen. 3 jaar geleden hebben we hier Casper gezien, één van de uiterst zeldzame witte leeuwen in het park.
De volgende dag staan we opnieuw vroeg op. Vandaag hebben we maar een paar uurtjes, want we moeten vanmiddag onze vlucht halen naar Capetown.
We nemen de tips in ons Kruger boekje ter harte en rijden via de S100 zandweg, waar we toen ook Casper zagen. Het wordt een ochtendrit om in een gouden kader te stoppen.
Bij het opkomen van de zon worden we al meteen beloond met giraffen en olifanten. We zien een honingdas weghobbelen. We zien de gebruikelijke impala’s, zebra’s en wildebeest en krijgen er nooit genoeg van. We zien een prachtige hyena… Maar de kers op de taart moet nog komen. Je ogen zijn voortdurend gefixeerd op de omgeving, Robbie kijkt rechts, ik kijk links, en ondertussen moet je ook nog opletten wat er voor je op de weg gebeurt. Opeens spotten we een ongebruikelijke vorm in een verderop gelegen open stuk. Ons hart slaat over want we zien de elegante houding, de extreem lange staart, de vlekken…
We denken heel even dat het een jachtluipaard is, maar de verrekijker brengt duidelijkheid: het is een luipaard. We hebben deze dieren enkel nog maar in de verte gezien, luierend in een boom, waarbij we slechts een stukje van de prachtige gevlekte vacht konden zien. Een luipaard op deze manier zien, rustig lopend door het lange gras, dat is toch wel wat anders. Bovendien zijn we de enigen hier, wat het nog specialer maakt. Robbie maakt snel een paar foto’s en hoewel onze lens niet ver genoeg rijkt voor een mooie foto, is het wel duidelijk wat een prachtdier dit is. We zijn ongelooflijk blij en we besluiten dat, zelfs als we de volgende uren geen enkel dier meer zouden zien, onze dag sowieso al niet meer stuk kan. Onze woorden zijn nog niet koud of we zien 2 auto’s op de weg staan. Altijd een teken dat er iets te zien is. We kunnen niet geloven hoeveel geluk we hebben: een troep leeuwen ligt in het gras aan de rand van de zandweg, één volwassen mannetje, een paar jongeren en een paar leeuwinnen. Ze zijn nog half actief door het vroege uur: een leeuwin flirt met het mannetje, een jonge leeuw besluipt een maatje en ze rollen spelend door het gras, een leeuwin staart met haar prachtige hazelnootkleurige ogen in de lenzen van elk fototoestel… Over een uur zal het hier vol auto’s staan, die elkaar verdringen voor de beste plek. Maar nu zijn we met z’n drieën, en iedereen is stil en respectvol. Het vroege gouden ochtendlicht is ook zo verschrikkelijk mooi.
We zijn allemaal erg onder de indruk.
Voor ons is het het absoluut perfecte einde van het eerste deel van ons Afrika avontuur.
Vanavond zullen we al in Capetown zijn, van de bush naar de stad, het zal even wennen zijn.
Maar ook daar wacht ons een nieuw, totaal ander avontuur.
Jullie horen snel weer van ons!
Ciao!
x





























