Citylife

Van de bush naar de stad…
Voor veel mensen die een reis door Zuid-Afrika maken is Capetown, oftewel Kaapstad, de eerste kennismaking met het land.  Voor ons is het echter een compleet nieuw beeld van het land waar we intussen zo vertrouwd geraakt mee waren.
Kaapstad wordt ook wel de “The Mother City”, de Moederstad genoemd.
Men noemt haar de moeder van Zuid-Afrika, omdat dit de eerste grote stad van het land was en daarom volgens sommigen ook het begin van de beschaving in het land.  Een andere uitleg waar locals al lachend naar refereren is dat het 9 maanden duurt om iets gedaan te krijgen in deze stad.

Het is zonder twijfel een heel mooie, bruisende en interessante stad.  Er hangt een erg relaxte sfeer en het barst er van de boeiende bezienswaardigheden.  En de stad verdient natuurlijk extra punten door haar prachtige ligging.  Dé mascotte van Kaapstad is namelijk “Table Mountain”, de Tafelberg.  Terecht verkozen tot het zevende natuurwonder, domineert deze merkwaardige platte berg de skyline van de Moederstad.
Je moet echter het weer meehebben om de berg ten volle te kunnen bewonderen, want Kaapstad staat gekend om haar wispelturige weer.  Hoewel hier een mild mediterraan klimaat heerst en het met haar 3000 uur zon per jaar met recht en reden een zonnige bestemming genoemd mag worden, kunnen de mist en de wind nogal eens roet in het eten gooien.  Vooral in de zomermaanden, tussen november en maart, komt de befaamde wind, genaamd Cape Doctor, als spelbreker optreden.  Bij mist zie je geen tafelberg, en heeft het ook geen zin om naar boven te gaan.  En als de Cape Doctor zich aanmeldt blijft de berg simpelweg gesloten wegens te gevaarlijk.
Je kan dus naar de top van de berg, en dat kan op twee manieren: er loopt een wandelpad waarlangs je de top in enkele uren kan bereiken.  Qua moeilijkheidsgraad is het haalbaar, al is een redelijke conditie wel een vereiste, maar er wordt de laatste jaren met nadruk gevraagd om de berg niet alleen of in kleine groepjes te beklimmen.  Dit vanwege het toegenomen aantal overvallen op toeristen.  Erg jammer, want het leek ons leuk om de top te voet te bereiken, maar een gewaarschuwd man is er twee waard, en dus kiezen we voor de kabellift. 

We kregen op voorhand van Tracey een gouden tip mee, en die is zo waardevol gebleken dat ik deze tip graag deel met jullie: als je in Kaapstad bent voor een paar dagen, en je hebt een heldere, windstille dag: GA METEEN NAAR DE TAFELBERG!  Ook al had je misschien andere plannen, verander ze!  Wacht echt niet tot een andere dag waarop ze nog mooier weer voorspellen, het weer wisselt hier voortdurend en de dag kan nog zo zonnig beginnen, als de wind opsteekt gaat de kabellift NIET naar boven en blijft de berg gesloten.
Wij hadden bijvoorbeeld naar het weerbericht gekeken en besloten dat zaterdag de mooiste dag zou worden.  Maar iets deed ons beslissen om op donderdag onverwacht van de bus te springen aan de Tafelberg en dat bleek de allerbeste beslissing te zijn: het was mooi weer, en hoewel het dat op zaterdag uiteindelijk ook was, zat de top toen in mist gehuld en waaide er een verschrikkelijke wind door de stad.  Als we zouden gewacht hebben hadden we nooit bovenop die Tafelberg gestaan.
En het loont de moeite hoor!  Bovenaan kan je nog verschillende mooie wandelingen doen, en vanop een hoogte van maar liefst 1067 meter, heb je voortdurend een spectaculair zicht op de stad, de kustlijn, én ook het knappe stadion dat gebouwd werd voor het WK voetbal van 2010, en nu vooral dienst doet als rugby stadion.  Ik geef je wel graag nog mee dat je best een vestje mee naar boven neemt, aangezien het er behoorlijk fris kan worden!

De gekende rode Hop-on Hop-off bus is dé manier om de stad te leren kennen en de wijken aan elkaar te knopen.  Voor een kleine prijs kan je een hele dag lang met twee verschillende lijnen meerijden, die je langs alle belangrijkste bezienswaardigheden brengt, en onderweg leer je nog wat ook.  Er worden grappige anekdotes aangehaald.  Wanneer we bijvoorbeeld langs het chique Mount Nelson hotel rijden, krijgen we te horen dat dit iconische roze ommuurde hotel al heel wat grote namen mocht ontvangen, zoals Agatha Christie, David Bowie, Marlene Dietrich en Nelson Mandela.
Op een dag in mei 1980 klaagde een gast van het hotel dat er een zwerver op het grasveld voor het hotel zat.  De security ging erop af.  Het bleek gewoon om een andere hotelgast te gaan, namelijk John Lennon, die op het grasveld zat te mediteren 😉

Wij stapten af de bus aan de Tafelberg, maar ook bij Camps Bay, volgens sommigen één van de mooiste stranden ter wereld.  Wij vonden het er wel mooi, maar ook erg druk en voor ons zeker niet het mooiste strand dat we al gezien hebben.  Het is echter een populaire surfspot én locatie voor professionele fotoshoots.  Al grappend en in ware David Attenborough stijl wordt op de bus verteld dat je in deze omgeving topmodellen kan spotten in hun natuurlijke habitat, drinkend bij trendy “waterpoelen”.
Camps Bay wordt weleens vergeleken met Miami Beach en die gelijkenis konden we inderdaad ook wel zien.  We waren zelf ook al niet wild van Miami Beach, maar van beide badplaatsen kunnen we wel begrijpen waarom sommige mensen zich er zo tot aangetrokken voelen.  Ieder zijn ding.
Langs dezelfde kustlijn kan je nog meer strandjes vinden, door de voortdurende wind krijgen ze allemaal dezelfde torenhoge golven en zijn ze dus heel populair bij surfers.  Voor wie het wil proberen: voorzie een wetsuit want de oceaan is ijskoud!  En denk eraan dat hier grote witte haaien zitten.

De hoofdstraat en meteen ook bekendste straat in Kaapstad is Long Street.  Wat ons betreft moet je daar niet perse zijn.  Wat deze straat rijk is aan winkels en bars, mist ze aan charme en gezelligheid.  Er hangt geen fijne sfeer in Long Street en de winkels zijn volgens ons niet de moeite waard om te bezoeken.  Maar dat kan geheel persoonlijk zijn, ga vooral zelf kijken als je er bent.

Wij zitten met onze airbnb tussen de wijken Greenpoint en Victoria and Alfred Waterfront in. 
Wanneer je een nieuwe plaats bezoekt, is het op voorhand altijd moeilijk in te schatten welke wijken het best zijn om te logeren, maar we hebben goed gekozen.  Het appartementje ligt op ongeveer 1km wandelen van het populaire V&A Waterfront.  Deze wijk is bezaaid met leuke winkeltjes, bars en restaurants, en doet ons een beetje aan San Francisco denken.  Altijd is er wel ergens muziek, en vanaf de haven heb je een schitterend uitzicht over de Tafelberg (als hij niet in de mist hangt tenminste).  Als je na een gezellig avondje, een drankje en een hapje, weer naar je hotel of b&b gaat en het is al donker, kan je best wel een Uber nemen.  Kaapstad is geen gevaarlijke stad, maar het blijft een grote stad, en er is nog steeds een groot contrast tussen arm en rijk.  Je kan dus maar beter je gezond verstand gebruiken.  Voor minder dan 5 euro kan de Uber chauffeur je veilig aan de deur afzetten.

Vanaf Waterfront kan je ook een uitstap doen naar Robben Island.  Dit is echt een must.  Een bezoek aan Kaapstad is eigenlijk niet compleet zonder dat je dit gevangeniseiland hebt bezocht en meer hebt geleerd over de toch wel erg lelijke geschiedenis.  Ik kan hier niet buiten een kleine geschiedenisles, en ik probeer het compact te houden.  Robben Island heeft maar liefst 400 jaar lang dienst gedaan als gevangeniseiland.  In de 17de eeuw gebruikte de Oost Indische Compagnie het eiland al als strafkolonie voor lastige zeelieden uit Kaapstad.
Tussen 1836 en 1931 werden leprapatiënten naar het eiland verbannen.
En in 1948 kwam dan de Apartheid.  Zuid-Afrika werd deels bewoond door wat men nu “Afrikaners” noemt.  Blanke afstammelingen van de kolonisten, een mix van Nederlanders, Fransen en Duitsers.  Tot op de dag van vandaag wordt het “Afrikaans”, het grappig taaltje dat zo erg op het Nederlands lijkt, voornamelijk maar niet uitsluitend gesproken door de blanke Afrikanen, de Afrikaners.
De blanke Afrikanen zagen zichzelf als beter en hoger dan de zwarte Afrikanen en met het apartheidsregime kwam er een indeling van de rassen: blank, zwart, gekleurd en Indiaas.
De zwarten werden enorm onderdrukt, ze mochten niet gaan en staan waar ze wilden in hun eigen land, racisme heerste en de zwarte bevolking werd zelfs verbannen van hun woningen en gedwongen om zich te settelen in de zogenaamde “townships”, waar ze, op elkaar gepakt, hutjes bouwden van de materialen die ze konden vinden, op locaties waar nul komma nul werkgelegenheid was voor hen.  Er kwam protest.  En protestanten, hoewel ze geen geweld gebruikten, werden onverbiddelijk opgepakt en naar Robben Island gebracht.  Zowat de bekendste gevangene van het eiland moet Nelson Mandela zijn geweest.  Hij kreeg in 1963 levenslang, gewoon omdat hij wilde opkomen voor de mensenrechten.  Hij werd uiteindelijk vrijgelaten na 27 jaar, waarvan hij 18 jaar doorbracht in een kleine cel op het zwaarbeveiligde Robben Island.  In 1990 kwam hij vrij, in 1993 kreeg hij de Nobelprijs voor de vrede en in 1994 werd de toen 75-jarige Mandela verkozen tot president van Zuid-Afrika.  In 1999 trad hij af, en nog steeds wordt hij in Zuid-Afrika “de vader des vaderlands” genoemd.

Na een boottocht van ongeveer 30 minuten, bereik je Robben Island, waar je een rondleiding krijgt van een ex-gevangene.  Wij krijgen onze tour van Modise, een man die hier van zijn 18de tot zijn 24ste vastzat, omdat hij wilde opkomen voor de rechten van de zwarte mensen. 
Modise laat de ruimte zien waar hijzelf samen met 56 andere mannen opgesloten zat.  Ze sliepen opgepropt op matjes op de grond, tot het Rode Kruis stapelbedden voorzag, niet dat dat zoveel beter was.  Hij laat ook de kleine cel zien waar Mandela 18 jaar opgesloten zat.  Hij vertelt over de martelpraktijken: dat ze een zak over het hoofd kregen en ondersteboven werden gehouden terwijl men met een tuinslang op hen spoot tot ze het gevoel kregen dat ze verdronken, hij bespaart ons andere verhalen.  Hij heeft het nog steeds moeilijk als hij praat over de brief of het bezoek dat slechts één keer per 6 maanden toegestaan was.  Als je bezoek zou gaan krijgen, kon je dat lang van tevoren zien op een lijst.  Het was iets om heel erg naar uit te kijken natuurlijk, en de mannen die bezoek gingen krijgen zorgden dat ze weken van tevoren een hemd en een broek netjes onder hun matras hadden opgevouwen, zodat het er min of meer gestreken onder uit zou komen.  Hun bezoek mocht absoluut niet de indruk krijgen dat ze er erbarmelijk aan toe waren, ze wilden netjes voor de dag komen, wilden de indruk wekken dat het goed ging met hen, om hun familie niet ongerust te maken.  Op de dag van het bezoek bonsde hun hart in hun keel.  Ze waren zo gelukkig.  En dan was er dat smerige spel van de cipiers om sommige mannen te breken.  Er waren altijd één of twee mannen die op de lijst waren gezet, terwijl ze helemaal geen bezoek zouden krijgen.  Iets waar ze weken of zelfs maanden naar hadden uitgekeken bleek een leugen te zijn.  Een sprankeltje hoop werd harteloos verkruimeld.  Er was niemand.  Er zou niemand komen.  Brieven werden soms tegengehouden of gecensureerd.  Modise sliep met een voor hem zo dierbaar gekoesterde brief van zijn ouders onder zijn kussen, ook al was het grootste deel van de tekst eruit geknipt. 

Tijdens hun gevangenisstraf moesten de mannen werken in de kalksteengroeve op het eiland.  Daar was een grot die dienst moest doen als toilet.  Maar de mannen leerden al snel dat ze de grot konden gebruiken als studieplek.  De meeste gevangenen op het eiland waren hoger opgeleid, en ze gebruikten de grot om over verschillende onderwerpen te debateren, maar ook om lager opgeleide gevangenen én bewakers les te geven.  Zo waren er mensen die niet konden lezen of schrijven, maar ze leerden het aan wat ze later de Mandela University noemden.  Zo zijn er verhalen van mannen die na 18 jaar eindelijk een brief naar hun ouders konden schrijven. Onder andere Nelson Mandela kwam op het idee om niet alleen de andere gevangenen, maar ook de lager opgeleide cipiers bij te leren, in de hoop dat zij de gevangenen meer als mensen zouden gaan behandelen en meer respect voor hen zouden krijgen.
Hij noemde het concept: “each one teach one”, als je iets weet, leer het aan een ander.

In 1991 werd de laatste politieke gevangene vrijgelaten en in 1996 werden de laatste criminele gevangenen overgeplaatst en werd de gevangenis gesloten.  In 1999 werd het eiland door Unesco op de werelderfgoedlijst geplaatst.  Op het eiland wonen nog steeds zo’n 150 mensen, voornamelijk ex-gevangenen, ex- cipiers werknemers van het museum, gidsen en hun families.  Het criminaliteitscijfer is hier 0, er is zelfs  geen politiekantoor.  Wat ooit een vreselijk oord was, is nu een vredige gemeenschap geworden.  Onze gids grapt dat de ex-gevangenen en de ex-cipiers nu zelfs in dezelfde Whatsapp groep zitten.

Nog een andere must-do zijn de Kirstenbosch Botanical Gardens.  De tuinen liggen buiten het centrum van de stad, aan de voet van de Tafelberg, maar je kan er naartoe met de hop-on hop-off bus, of je kan een Uber nemen.
De tuinen zijn van een hoger niveau dan gelijk welke botanische tuinen je ooit al bezocht hebt.
Niet enkel door de unieke ligging tussen de bergen.  Dit zijn trouwens de enige botanische tuinen ter wereld die een gebergte als achtergrond hebben.  De tuin is zo’n 560 hectare groot en je kan er eindeloos verdwalen langs sprookjesachtige paadjes waar lelies en feeërieke bloemen bloeien, en die je leiden naar hoger gelegen grasvelden waar je de tropische paradijsvogelplant tegenkomt of de grandioze Protea.  De Protea, oftewel suikerbos, kan voorkomen in heel Afrika en kent veel ondersoorten.  Echter 90 procent van alle soorten Protea komt voor in de West Kaap van Zuid Afrika. Bij de ingang kan je op bepaalde tijdstippen deelnemen aan een gratis gegidste tour door de tuinen.  Deze tour duurt 90 minuten en ik raad je aan dit te doen.  Onze gids Tutu vertelde met zoveel passie en kennis, we hingen echt aan haar lippen.

De tuinen zijn het hele jaar door een fantastisch idee om te bezoeken, maar de meeste bloemen bloeien tussen augustus en november. 
Ook kan je hier op zondag terecht voor parkconcerten.  Wij hebben dit niet kunnen doen omdat we hier niet waren op een zondag, maar het moet naar verluidt echt de moeite zijn.
Opvallend is ook dat er in het hele park geen enkele vuilbak te vinden is.  Dit omdat er mongoose, caracals en honingdassen rondlopen die het afval uit de vuilbakken zouden halen.  En toch is er nergens een stukje afval te vinden.  Tutu zegt dat zelfs na de parkconcerten, iedereen zijn afval meeneemt.  Schitterend toch!


Als je even iets anders wil doen, en wil zien hoe hip en trendy Kaapstad écht is, ga dan naar Woodstock.  Deze wijk is één van de oudste wijken van de stad en was ooit ook zo’n beetje de gevaarlijkste.  Nu is het echter een hippe smeltkroes van culturen, waarbij muziek, mode, kunst en eten centraal staat.  Populair bij zowel locals als toeristen, barst deze wijk van het leven.  Als je op zaterdag of zondag naar Woodstock afzakt, kan je de Neighbourgoods market niet missen.  Deze levendige en kleurrijke markt aan The Old Biscuit Mill, is écht de moeite waard om te bezoeken.
Het heeft wel wat weg van de hippe Camden Market in Londen.
Struin eerst langs de creatieve kraampjes en winkeltjes met hippe tweedehandskleding, en wanneer je maag rond de middag begint te rommelen, begeef je dan naar het hoogtepunt van de markt: in het overdekte gedeelte vind je werkelijk alle soorten eten.  Terwijl je je een weg baant tussen de talloze kraampjes en stalletjes, luistert een dj het geheel op met opzwepende beats en ritmes.
Het eten ziet er bij alle kraampjes allemaal even heerlijk uit en je zou wensen dat de porties wat kleiner waren zodat je wat meer gerechtjes zou kunnen proeven.  Wij gaan voor lokaal en kiezen voor een overheerlijke vegetarische Cape Malay curry.  De typische Kaapse Malay keuken vindt zijn oorsprong in de mix van Maleisische, Indonesische en Oost-Afrikaanse slaven die door de Nederlandse kolonisten naar Kaapstad werden gebracht in de 17de en 18de eeuw. 

Enkele dagen Kaapstad waren niet genoeg om alles te kunnen zien en doen, er zijn nog zoveel dingen te ontdekken.  Maar voor ons was het wel voldoende.  Hoe fijn we deze stad ook vinden, we snakken alweer terug naar de natuur.  Op zondag (ja, die dag dat Marokko terecht won van België), reizen we verder naar Grabouw.  We hebben hier een geweldige Airbnb gevonden midden in de natuur.  We logeren op een perenboomgaard en rondom ons bevinden zich enkel bergen en wijngaarden. 

Wordt absoluut vervolgd, maar eerst gaan we even ontspannen.

Tot binnenkort!

Ciao!

x

Plaats een reactie