Glen Coe & The Isle of Mull



Een week in Fort William doorbrengen bleek een goede beslissing te zijn.
De regio rond Glen Nevis en Glen Coe is een regio van contrasten, en van zo’n krachtige en zuivere schoonheid dat je hier nooit uitgekeken raakt.  De wandelopties zijn letterlijk eindeloos en ontzettend afwisselend.  Weetje: Glen Coe is de fictieve geboorteplaats van het al even fictieve maar legendarische personage James Bond.

Vanuit alle uithoeken houdt de imposante besneeuwde Ben Nevis je in de gaten.  Met zijn 1345 meter is dit geen Mount Everest, maar wel de hoogste berg van het Verenigd Koninkrijk. 
Jaarlijks beklimmen zo’n 100.000 mensen de berg, waarvan driekwart de Mountain Track nemen, ook wel de Pony Track of de Tourist Route genoemd.  Hoewel de naam anders doet vermoeden, is ook deze weg geen makkie.  Wij hebben getwijfeld om het te proberen en het uiteindelijk toch niet gedaan.  Je hebt een volledige dag nodig en veel semi ervaren bergfanaten moeten halverwege terugkeren omdat het te zwaar of te gevaarlijk is.  De top van Ben Nevis is maar liefst 355 dagen per jaar verstopt in wolken en mist en daardoor is de zichtbaarheid boven een groot struikelpunt.  Letterlijk, want er zijn al mensen zomaar van een klif gewandeld omdat ze niets meer zagen.
Het kwart van de bezoekers die niet via de Mountain Track gaan zijn de echte adrenalinejunks.  Alpinisme, ijsklimmen en rotsklimmen zijn populaire sporten op Ben Nevis, maar elk jaar vallen er doden, waaronder zeer ervaren klimmers.  Het is dus zeker niet iets waar je ondoordacht of onvoorbereid aan moet beginnen.

Andere wandelingen in deze omgeving hoeven qua schoonheid niet onder te doen.  Je kan bijvoorbeeld de prachtige en relatief korte wandeling maken naar Steall Falls.  De tocht ernaartoe is echt genieten, al moet je ook hier soms goed kijken waar je je voeten neerzet.  Het eindpunt is een waterval die 120 meter naar beneden stort, het is de tweede hoogste waterval van de UK en van alle watervallen ter wereld die wij zelf tot nu toe hebben gezien is dit ook zeker de hoogste.  Als je ze van dichterbij wil bekijken kan je de rivier oversteken via een kabelbrug.  Dit is letterlijk één kabel waar je als een ware koorddanser over moet.  Met of zonder knikkende knieën.  Robbie heeft het gedaan, maar ik vond de moed niet.  Misschien omdat er zoveel mensen op stonden te kijken, misschien omdat het net begon te sneeuwen, of misschien omdat mijn buikgevoel zei het niet te doen.  En als je aan de overkant bent moet je natuurlijk ook via dezelfde weg terug! 

Naast bergen en watervallen vind je in Glen Coe ook prachtige woodlands waar je relatief makkelijke en korte wandelingen kan doen.  Je kan in Glen Nevis bijvoorbeeld rond het mooie Glen Coe Lochan wandelen, waar prachtige sequoia bomen groeien.  Deze werden in 1890 aangeplant door Lord Strathcona, als cadeau voor zijn Canadese vrouw die heimwee had naar haar thuisland. 
Nog een heel mooi bos is An Torr.  Glen Coe werd al meerdere malen gebruikt in films, waaronder Braveheart, Highlander, de James Bond film Skyfall en de Harry Potter films. Op de heuvel Clachaig Gully bij An Torr werd Hagrid’s Hut gebouwd om te filmen.  De hut staat er natuurlijk niet meer, al staat ze nog wel aangegeven op Google Maps, maar je voelt de Hogwarts sfeer als je op die heuvel staat, en je herkent de prachtige omgeving onmiddellijk.  Op een bepaald stuk van deze wandeling kan je ook een stel loslopende ponies tegenkomen, toffe bonus!  Na een wandeling in deze omgeving kan je je dorst lessen in één van de drie pubs van The Claichaig Inn.  Wij kozen voor de Boots Bar, een authentieke, donkere pub met een groot gezellig haardvuur.  Slijkerige wandelschoenen zijn hier meer dan welkom, zoals de naam zelf al zegt.

Nog een prachtige wandeling is het Cow Hill Circuit.  Een cirkelvormige wandeling die bij momenten steil omhoog loopt, maar steeds met fantastische uitzichten.  Bovenop Cow Hill heb je een schitterend uitzicht op Ben Nevis.
We hebben trouwens alweer geluk met het weer.  Na 2 barslechte dagen waarop het gewoon niet stopte met regenen, kregen we mooie, droge en typisch Schotse dagen.  Typisch Schots omdat het gezegde: “if you don’t like the weather, wait 15 minutes” echt opging. 
Bijvoorbeeld toen we aan onze wandeling naar de Lost Valley begonnen: het beloofde een schitterende en zonnige dag te worden, perfect om deze ietwat uitdagende wandeling te doen.
En dan opeens… terwijl we het van geen mijlenver zagen aankomen: sneeuw!

Door die voortdurende afwisseling tussen zon, regen en sneeuw zijn de regenbogen nooit ver weg.
De wandeling naar de Lost Valley loopt tussen Gearr Aonach en Ben Fhada, twee van de drie zussen van Glen Coe.  Geen flauw idee waarom men deze drie bergruggen “the three sisters” noemt, maar de omgeving is alweer prachtig.  De wandeling begint vriendelijk, maar wordt toch wel wat uitdagend naarmate je de vallei nadert.  Er komt wat geklim en geklauter aan te pas, en net als je bijna op het eindpunt bent, moet je ook nog eens een fel stromend riviertje oversteken.  Nog een laatste keer klauteren en je hebt zicht over de kleine maar feeërieke groene vallei.  Deze lieflijke plek heeft echter ook een donkere geschiedenis:  het was hier dat de overlevende leden van de MacDonald’s Clan naartoe vluchtten nadat de rest van hun Clan brutaal afgeslacht werd door soldaten van de regering (Redcoats).  Toen de Clan de Redcoats zag aankomen, was dat beangstigend, maar er werd hen verzekerd dat ze niets te vrezen hadden.  De Redcoats werden verwelkomd en er werd hen voedsel en drank aangeboden.  10 dagen lang genoten de soldaten van de gastvrijheid van de Clan.  Er werd gegeten en gedronken, gekaart en gegokt, er werden vrouwen het hof gemaakt en er werd gezongen en gedanst.  Er werden vriendschappen gesloten, en dat betekende bescherming langs beide kanten, zoiets was heilig voor Highlanders.  Niemand kon vermoeden wat er zou gebeuren in de vroege ochtend van 13 februari 1692.  De leider van de Clan werd brutaal afgeslacht in zijn bed, samen met zijn vrouw.  Huizen werden in brand gestoken.  Een paar uur later lagen er 38 lichamen van mannen, vrouwen en kinderen roerloos in de sneeuw.  De rest van de Clan probeerde te vluchten, maar velen haalden het niet door het koude weer en de sneeuwstorm die woedde in de bergen. Het bloedbad van Glencoe zou als inspiratie gediend hebben voor schrijver George R.R Martin, die de gebeurtenissen verwerkte in zijn boekenserie “Een lied van Ijs en Vuur” voor het hoofdstuk “Red Wedding”, later verfilmd in de serie Game of Thrones.  Voor wie gekeken heeft: je weet wel, die ene aflevering die in tegenstelling tot alle andere afleveringen een doodstille aftiteling had.  Die aflevering die elke kijker helemaal verbouwereerd achterliet, hoe goed ze al gewend waren aan al het geweld in de serie.

Tijd voor iets luchtigers: van al dat wandelen krijg je natuurlijk dorst.  En omdat het niet altijd water moet zijn, (en ook niet altijd whisky of bier), besloten we een paar uur op de schoolbanken te gaan zitten bij Pixel Spirits Gin School.  Pixel Spirits werd opgestart door Craig en Noru, een koppel met een passie voor gin en rum.  Ze maken hun dranken niet in grote hoeveelheden maar kiezen voor kwaliteit in plaats van kwantiteit.  Je kan een les volgen bij hen om je eigen rum of gin te maken. 
Ondanks onze passie voor rum, kiezen we voor een gin les, omdat deze drank toch een grotere link met dit land heeft.  We krijgen eerst een gin tonic met “The Devil’s Staircase” gin van Pixel Spirits, terwijl Craig ons alvast wat uitleg geeft.  Daarna worden we naar het klaslokaal gebracht, waar we elk aan onze eigen miniatuurketel plaatsnemen.  Craig vertelt ons met veel overtuiging en kennis van zaken over de verschillende soorten botanicals en de verschillende smaakbelevingen.  We leren dat de heilige drievuldigheid van gin bestaat uit: jeneverbessen, korianderzaad en engelwortel.  Deze drievuldigheid heeft Craig alvast laten voortrekken in onze ketels.  Vervolgens mogen we onze creativiteit de vrije loop laten.  Er staan maar liefst een 100-tal bokalen met allerlei soorten botanicals klaar om uit te kiezen.  Craig raadt ons aan om er niet meer dan 7 uit te kiezen, om zo aan een maximum van 10 botanicals te komen.  Het is ontzettend moeilijk om te kiezen.  Pepers, vanille, citrus, gedroogde bloemen, zeewier…  er is een gigantisch aanbod.  Veel ruiken en op je gevoel afgaan is de boodschap.  We leren hoe we de juiste hoeveelheden moeten berekenen en wegen alles nauwkeurig af voor de kruiden de ketel ingaan.
En distilleren maar!  Het eerste deel van het doorzichtige goud wordt zonder boe of ba weggegooid.  Dit is het gevaarlijke spul, je zou er zomaar blind van kunnen worden!  Van dit spul, het hoofd genoemd, worden wel poetsproducten gemaakt.  De afgelopen 2 jaar werd hier voornamelijk… hoe raad je het… alcoholgel van geproduceerd.  Vervolgens vullen we onze flessen met onze eerste eigen gin en kleven we het etiket erop.  Daarna is het tijd om de fles te verzegelen door ze in vloeibare was te dopen.
We zijn heel benieuwd of we iets drinkbaars gemaakt hebben, maar dat zullen we pas binnen enkele weken weten als we weer thuis zijn! 

Op onze laatste dag zakken we rond 10u af naar het Glenfinnan Viaduct, om de Jacobite stoomtrein daar te zien passeren.  Het lijkt wel een bedevaartsoord wanneer we met een honderdtal anderen de heuvel opwandelen en een goed plekje uitzoeken om de trein te zien, die hier rond 10u45 over het viaduct zal rijden.  We moeten lachen als we denken aan de woorden van de Belg die we tegenkwamen op onze wandeling naar de Lost Valley.  Hij had deze “bedevaart” ook gedaan en zei in een plat kempens accent: “staan wachten in de regen op een trein die je zelfs niet moet hebben, dat krijg je toch niet uitgelegd?”.
We horen de trein in de verte aankomen en iedereen wordt stil.  De trein rijdt het viaduct op en de mensen joelen en juichen.  Dan staat de trein even stil om de mensen die erin zitten een mooi beeld van de vallei te geven, iedereen op de heuvel is muisstil.  De trein vertrekt weer en rijdt heel traag verder, extra stoom makend zodat iedereen zijn Harry Potter moment kan hebben en een mooie foto kan maken.  Je kan een speld horen vallen.  Als de trein verdwijnt achter de heuvel klinkt er luid applaus.  Het is niet alleen indrukwekkend om gezien te hebben, maar het is ook ontroerend op een bepaalde manier.  Al die mensen die die heuvel opgeklommen zijn voor een paar minuten pure magie.  Zo eenvoudig en zo mooi.

We verlaten Glen Coe en nemen de veerboot naar het eiland Mull.
Je kan vanuit verschillende plaatsen een ferry nemen, maar als je via Lochaline gaat, hoef je hem niet op voorhand te reserveren, gewoon zorgen dat je op tijd bent zodat je zeker meekan.
Mull is het op één na grootste eiland van de Binnen-Hebriden.  De hoofdstad, als je het al een stad wil noemen, is Tobermory, een piepklein havenstadje vol kleurrijke gevels.  Er zijn een paar winkeltjes, een gezellige pub en de Tobermory Distillery.  De whisky die we daar proeven steekt met kop en schouders uit boven alle andere whisky’s die we al geproefd hebben.  Ze hebben een geturfd en een zacht assortiment.  Er is whisky die op Sherry vaten is afgerijpt waardoor je een heerlijk zoete afdronk krijgt.  Ook maken ze verschillende soorten gin, al hebben we deze zelf niet geproefd (we willen ook niet overdrijven).  Doordat het een kleine distilleerderij is en Covid nog steeds niet helemaal van het toneel verdwenen is, kan je momenteel nog geen tours boeken.  De vriendelijke mensen in de shop geven je wel graag alle uitleg die je wenst én delen proevertjes uit!  Zeker aan te raden als je in de buurt bent.
Buiten Tobermory en nog een paar mini dorpjes, is Mull één en al ruwe natuur.
De boodschap is: op ontdekking gaan en vaak stoppen onderweg.  Je ziet scheepswrakken, ooit bont gekleurd, nu vaag afstekend tegen de dramatische lucht.  Je ziet loslopende hooglandkoeien en natuurlijk heel veel schapen, je ziet het eerste lentegroen ontspruiten en je kan je voorstellen hoe fantastisch groen Schotland er binnenkort zal uitzien.  En je ziet stranden die niet zouden misstaan in de Caraïben.  Het meest gekende strand is Calgary Beach.  We waren er in de ochtend en hadden het strand voor ons alleen, later kwamen er meer mensen.  Je kan daar ook een leuke wandeling doen vanaf het strand de heuvels in, langs de oude pier en de ruïnes van een dorp uit begin jaren 1800.  Vanop de kliffen kan je als je geluk hebt dolfijnen en walvissen spotten.  Deze wandeling vonden we fantastisch, het strand zelf iets minder,  maar als je een écht Caraïbisch Schots strand wil zien, moet je naar Langamull Beach.  Dit strandje zit verstopt achter een wandeling van een half uurtje door weidelandschap.  Doordat het niet rechtstreeks vanaf een parking te bereiken is en het een beetje zoeken is voor je het gevonden hebt, ben je hier meestal alleen.  Het is één van de verborgen parels van Mull en het is echt ontzettend mooi.
Neem een goed boek mee en installeer je voor een paar uur op het witte zand.  Puur genieten!
Dit moet ook een fantastische plek zijn om te wildkamperen, iets wat in Schotland bijna overal mag.
Er zijn nog meer van dit soort plekken, Mull is echt een ontdek-eiland.
Maar we gaan alweer verder, nog niet helemaal weg van Mull, want we varen door naar het kleine eilandje Iona, waar we nog 2 nachten blijven voor we weer naar het vasteland gaan.
Wordt vervolgd!

Ciao!

x

Een gedachte over “Glen Coe & The Isle of Mull

Geef een reactie op Iris Bastiaens Reactie annuleren