Farmlife

De lente in Zuid-Afrika loopt stilaan op haar einde…  Het zal snel zomer worden en dat betekent dat het vaker zal regenen en stormen.  Op het weerbericht kan je nooit vertrouwen hier.  Als er regen voorspeld is schijnt de zon, en omgekeerd krijgen we buien als er zon voorspeld werd.
Zonnige, hete dagen wisselen af met grijze, ietwat koelere dagen.  Donkere wolken dreigen in de ochtend tot de zon hen in de namiddag overwint.
Zoals ik in de vorige blog al had vermeld zie je dat aan de natuur.  Het landschap had slechts enkele buien nodig om de transformatie te maken van dor en kaal (we vergeleken het weleens met de verbrande heide in Kalmthout), in rijkelijk groen.  De baobab voor Sams huis was kaal toen we hier een aantal weken geleden toekwamen.  Nu staat hij helemaal in het blad.  De bloei van de fenomenale paarse jacaranda is voorbij, maar overal poppen nu andere prachtige bloemen op.  De sierlijke frangipanibomen barsten van de geurige bloemen, in de bush vind je allerlei kleine feeërieke bloemetjes in wit, blauw, rood en paars, en hier en daar zie je de spectaculaire verfborstelachtige knalrode bloedlelie staan.  Voor ons is het de eerste keer dat we Afrika in deze kleuren zien, en we zijn benieuwd hoe dit de komende weken verder zal evolueren.

We hebben opnieuw een riverboat safari gedaan, deze keer met Tracey, Ian, Mick en Deb.
Het contrast met de vorige boottocht is groot.  We zien geen enkele olifant en slechts een paar krokodillen.  Een grote groep luidruchtige Nederlanders zorgt er ook voor dat de ervaring een stuk minder sereen is.  Toch genieten we ervan, deze boottocht is altijd een fijn uitje.  Maar we beseffen wel dat we de vorige keer heel veel geluk hebben gehad dat het zo’n perfecte namiddag was. 
Zo zie je ook maar weer dat de natuur zich nooit laat dirigeren, het Afrikaanse landschap is geen filmdecor.

Intussen blijft het werk op de boerderij verdergaan.  Kleine Max baart ons wat zorgen.  De pup was helemaal aan de beterhand, er leek zelfs niets meer aan de hand met haar.  Maar opeens zagen we dat ze een beetje mank liep met haar achterpoot, en dat haar beide voorpootjes wat krom stonden.
We volgen de situatie op maar het lijkt met de dag erger te worden.  Ze is haar eeuwige vrolijke zelf en lijkt nergens last van te hebben, maar een bezoek aan de dierenarts lijkt ons hier toch op zijn plaats.  We nemen meteen Tau en Bruno mee, hun verband mag verwijderd worden.
Terwijl Sam Max laat onderzoeken door Lani, mogen Robbie en ik dokter Schippers assisteren terwijl hij het verband van de pootjes van Tau en Bruno haalt.  De wonden zien er mooi geheeld uit, maar de twee lieverds moeten nog altijd kooirust houden tot Kerst ongeveer.  En dat is zo moeilijk!  We laten hen er drie keer per dag eventjes uit voor een knuffel, om te eten en om hun behoefte te doen, maar dan moeten ze weer terug, en je ziet aan die oogjes dat ze dat echt niet begrijpen.  Ze zijn allebei ontzettend lief en zouden niet liever willen dan de hele dag spelen en knuffelen.  Echt zielig.  We zullen hen in de tijd die we hier nog zijn nog zoveel mogelijk liefde en aandacht geven, en daarna is het goed om te weten dat ze allebei een goed baasje hebben dat van hen houdt, dat is altijd een hele geruststelling.  Over het baasje van Max zijn we minder gerust, en we hopen stiekem dat ze gewoon hier kan blijven, iets waar Sam over denkt.  Ze is zo schattig en ze speelt zo goed samen met Daisy en Brown.  Al is spelen er ook voor haar de komende tijd eventjes niet bij.  De diagnose bij de dierenarts is dat ze een vitamine- en calciumtekort heeft, en dat ze daarom zwakkere botten heeft.  Ze krijgt een voedingssupplement mee en ook helaas… verplichte kooirust.  Zolang ze uiteindelijk maar geneest, de arme schat.

Drie honden die niet mogen spelen dus.  Gelukkig is de vrijwilligerstuin inmiddels helemaal dicht gemaakt zodat Brown wat vaker bij ons kan zijn.  Opdat ze niet te eenzaam zou zijn halen we Daisy er af en toe bij, die twee zijn dikke maatjes.

We hebben onze handen in elk geval vol met onze zorgenhondjes.  ’s Ochtends worden we meestal wakker voor de wekker gaat, 5u15 lijkt ons tijdstip te zijn geworden waarop we klaarwakker zijn.  Dan laten we de kippen vrij, maken ons ontbijt en daarna is het tijd om alle honden te voeren en hun medicatie toe te dienen.  Tussendoor verzorgen we de groententuin, bouwen we hokken, geven we de dierenverblijven een grondige poetsbeurt… en ’s middags is het alweer tijd om de honden te voeren.  Na onze eigen pauze gaan we verder met het werk op de boerderij en rond 18u voeren we de honden voor de laatste keer, zetten we de kippen weer vast en daarna is het tijd voor onze welverdiende douche en ons diner.  Een paar extra vrijwilligers zouden wel van pas komen, want het houdt echt nooit op, maar tegelijkertijd geeft het werk veel voldoening.  Zo mag Robbie trots zijn op de compostput die hij heeft gemaakt in de groentenserre.  Er was een composthoop, maar die deed helemaal niks.  Robbie zet er zijn zinnen op en graaft een put, omheint hem met houten palen en vult hem met hooi, aarde, compost en as.  De komende dagen moeten we hem nog verder vullen, én er moet zeker nog een tweede put bijkomen, maar hij heeft fantastisch werk geleverd.  Terwijl hij hard aan het zwoegen is ontdek ik een nieuwe bezigheid die ik ontzettend fijn vind.  Moestuinieren!  Ik heb, in tegenstelling tot Robbie, niet bepaald groene vingers.  Ik moet eerlijk toegeven dat, toen ik hier voor het eerst in de groententuin moest werken, ik geen flauw idee had wat ik hier juist moest doen.  Nu hou ik ervan om de groentenperkjes te onderhouden, de slechte dingen weg te gooien, en vooral: dingen te oogsten.  Het brengt je in een soort van meditatieve staat en je voelt gewoon dat het rust brengt.  Bovendien is het zalig om groenten uit eigen tuin te kunnen eten, ze hebben zoveel meer smaak!  De tuin doet het goed en de oogst is rijkelijk.  We hebben sla, kool, chilipepers en paprika, kerstomaatjes, butternut pompoenen, spinazie, bieten, rucola en prachtige dikke lenteuitjes.  Ook de wortelen beginnen hier en daar hun kopjes boven de grond te steken.

Tussen al het werk door hebben we ook nog een fascinatie ontwikkeld voor… kippen!
Zoals ik jullie vorige keer verteld heb heeft Pip er een hele nieuwe familie bij.  Toen ik de vorige blog schreef, was alles nog zo pril.  Maar het gaat goed met de kuikentjes en ze zijn zo grappig om naar te kijken!  Overdag mag Pip vrij rondlopen in de kippenserre, en als wij erbij zijn laten we ook de kuikentjes er eventjes uit.  Het is zo schattig om te zien hoe ze Pip dan proberen te volgen.  De kleinsten: Pixie en Popcorn, vallen nog vaak om van vermoeidheid en kunnen hem niet zo goed bijhouden.  Vooral Pixie is een stuk zwakker en kleiner en moeten we wat in de gaten houden.  Als het regent en te fris is zit ze te rillen, dus dan nemen we haar samen met Popcorn mee naar onze kamer om er op te warmen onder een dekentje.  Pepper en Pingu zijn een stuk sterker en lopen al flink achter Pip aan, soms tot zijn grote ergernis.  Vooral Pingu laat Pip nooit met rust en kopieert hem in alles wat hij doet.  Als Pip eventjes uit beeld is begint Pingu heel de serre bij elkaar te piepen tot hij weer bij hem is.  Echt grappig.  Als Pip het op zijn heupen krijgt zet hij het opeens op een zig-zag rennen, tot hij de kuikens van zich heeft afgeschudt.  Dat we een stel bijzondere mormels hebben opgevoed mag wel duidelijk zijn.  Pip denkt nog altijd dat hij half mens is, en die vier kleintjes… nou ja, die hebben toch ook een paar vijzen los.  Ze slapen in een dekentje in Pip’s hok, en meestal kruipen ze ook vanzelf bij hem.  We gaan elke avond nog even kijken, en geregeld vinden we hen alle vier terug, slapend in hun voederbakje!  We krijgen maar niet genoeg van die bolletjes pluis, ze zijn zo amusant! 
En ze hadden met z’n vijven kunnen zijn…  Er was nog een vijfde ei, veel kleiner dan de rest, en 4 dagen nadat Pixie uit haar ei is gekomen, lag het vijfde ei er nog steeds koud en bewegingloos bij.  We lieten het liggen, maar besloten dat het waarschijnlijk toch onbevrucht zou zijn en dat we het maar eens moesten weghalen.  En toen gebeurde het ondenkbare…
Bij het proper maken van het hok nam ik het ei eruit en legde het op de grond.  Ik weet niet precies hoe het gebeurd is, heeft het een steen geraakt?  Heb ik het niet zacht genoeg neergelegd?  Ik weet zeker dat ik het niet heb laten vallen, maar toen ik naar het ei keek was er een stukje uit de schaal, en doorheen het gaatje zag ik natte grijze veren, een piepklein lijfje dat ademde!
Helemaal in shock en in paniek nam ik het ei en rende ermee naar het vrijwilligershuis, waar Robbie en Sam net buitenkwamen.  Robbie ging meteen aan het werk met een pincet.  Het waren bange minuten, maar uiteindelijk kwam er een klein levend kuikentje uit het ei.  Net zo kwetsbaar en fragiel als de andere vier waren geweest, maar het leefde!  Het leefde!  We gaven het een naam: deze zou Peanut gaan heten.  Peanut leek een vechtertje, net als zijn broers en zussen, maar helaas… het mocht niet zijn.  Een paar uur later is Peanut vredig ingeslapen, verwarmd door de zachte lijfjes van de andere kuikens.  Hij was te klein, te zwak, hij had gewoon té lang in dat veel te kleine ei gezeten.  Zijn pootjes waren verkrampt, we hebben het geprobeerd, het was het enige dat we voor hem konden doen. 
Peanut ligt nu begraven in de grote kippenserre, onder een jonge mangoboom.
Niet alle verhalen eindigen mooi, dat hebben we jammer genoeg al meermaals ondervonden. 

Op zaterdag gaan we opnieuw op pad met PNHF, voor een snare sweep.  We trekken opnieuw naar het Balule reservaat, om verder te gaan waar we de vorige keer gestopt zijn.  Het is nog steeds warm, maar een stuk aangenamer dan vorige week, en deze keer komen we ruim toe met onze watervoorraad.  Het stuk bush dat we onder handen nemen is moeilijk doordringbaar, maar op het einde van de sweep hebben we toch alweer 21 valstrikken gevonden en opgeruimd.  Eén van de rangers van Balule vindt de meeste van deze snares, maar Robbie en ik vinden er ook allebei eentje, en dat geeft steeds weer een fijn gevoel.  De spanning loopt even hoog op wanneer we stemmen horen.  Hier horen normaal geen mensen te zijn, en als die er toch zijn dan is dat geen goed nieuws.  We hebben onderweg al een stroperskamp gevonden.  Dat kun je zien aan achtergelaten kleding en de resten van een kampvuur.  Het is bij momenten moeilijk om verdachte geluiden te detecteren, want op sommige plekken is het getsjirp van de cicades echt oorverdovend luid.  Maar op een gegeven moment ziet iemand van onze groep hoe twee mannen het op een rennen zetten.  Ongetwijfeld stropers.  Het goede nieuws is dat ze op de vlucht zijn geslagen toen ze ons zagen.  Zij weten natuurlijk niet dat wij gewoon vrijwilligers zijn die hun snares komen opruimen.  Ze zien een groep mensen in camo-kledij, waarvan sommigen gewapend zijn, en zo weten ze dat er gecontroleerd wordt.  En uiteindelijk hebben ze zelf meestal geen geweren en zijn ze heel bang om gepakt te worden.  Het stropen zal nooit stoppen, er zullen altijd dieren een vreselijke dood sterven in die gruwelijke vallen, maar de acties die PNHF en andere anti-poaching organisaties ondernemen hebben onmiddellijk impact en maken wel degelijk een verschil.  Net als het onthoornen van de met uitsterven bedreigde neushoorns.  Balule is hier twee jaar geleden mee gestart.  Met regelmaat worden de nog overblijvende neushoorns die gespot worden verdoofd en wordt hun hoorn weggehaald om stropers te ontmoedigen hen te doden.  Het is namelijk enkel voor de hoorn dat de dieren gedood worden.  De hoorns zijn veel geld waard omdat de Chinese markt er alweer een wonderpoeder van maakt waarmee ze potentieproblemen denken op te lossen.  Alweer onzin natuurlijk, maar het maakt dat de neushoornpopulatie in Afrika steeds sneller daalt omdat de dieren de grootste goudklomp zijn voor stropers.  Het onthoornen moet geregeld gebeuren, want de hoorn van een neushoorn is zoals een nagel, hij groeit gewoon terug.  Dat maakt het helemaal vreselijk om te weten dat stropers het hele dier ervoor afmaken.  Balule loopt hekloos over in andere reservaten en nationale parken, zoals Grietjie en Kruger.  Die laatste is niet blij met het onthoorn project.  Niet omdat ze hun neushoorns niet willen beschermen, wel voor het toerisme.  Want hoewel neushoorns niet erg vaak gespot worden, willen toeristen er één zien mét hoorn.  Heel kortzichtig, maar het is helaas zo.  Maar het project blijkt te werken, want in de afgelopen 2 jaar is Balule geen enkele neushoorn meer verloren.  Wij hebben nog geen neushoorns gezien, maar als we er één zien dan hoop ik dat hij geen hoorn heeft!

En net voordat ik deze blog online wil zetten gebeurt er weer iets droevigs.  De afgelopen dagen ging het bergaf met het kleinste kuikentje Pixie.  We namen haar mee naar binnen als het fris was, warmden haar op… maar het verschil met de andere kuikentjes was zo groot.  Terwijl de andere drie groeiden als kool, bleef Pixie klein en stond ze wobbelig op haar pootjes.  Eten deed ze amper, en als ze al eens een graantje probeerde te pikken, pikte ze ernaast.  We deden samen met Sam wat research en probeerden haar aan te laten sterken met honingwater en vloeibaar voer.  Van het honingwater dronk ze gretig, en ze leek een beetje aan te sterken.  Maar eten deed ze nog steeds amper.  Toen we vanmorgen wakker werden en onder haar dekentje keken, was ze al stilletjes vertrokken.  Het heeft alweer niet mogen zijn.  We troosten ons met de gedachte dat we alles gedaan hebben wat we konden, en vooral met het feit dat van de 5 eieren die Lexi niet meer wilde, er toch nog 3 kuikens het overleefd hebben zonder moeder.  Pepper, Pingu en Popcorn zijn sterk en doen het echt supergoed samen met Pip, daar zijn we nu wel gerust in.  Rust zacht lieve kleine Pixie.

Onze laatste week bij ARRC is aangebroken.  Zaterdag vertrekken Robbie en ik voor drie dagen naar het Krugerpark, en dan wordt het tijd om wat meer van Zuid-Afrika te zien.
Liefs en tot gauw!

Ciao!

x

2 gedachtes over “Farmlife

  1. Jullie zijn gewoon geweldig 🤩,zelfs een beetje boeren doen jullie nu ,kan geloven dat de oogst heel lekker is ,hoe de liefde voor dieren te beschrijven kan ik niet ,vind de juiste woorden niet , maar de liefde is wel héél groot.Dikke knuffels oor beide ,🥰🥰🥰😘😘😘 Marcella

    Geliked door 1 persoon

  2. Wat een geweldig mooi avontuur toch, zo ver weg van de dagelijkse files en beslommeringen die van geen tel zijn in vergelijking met dit soort leven. Blij dat het moestuinieren bevalt. De microbe heeft haar werk gedaan en hopelijk zit er meer in voor de toekomst. En naar die toekomst kijk ik zeker uit… dank jullie voor die nooit aflatende liefde voor de diertjes! Knuffels en buffels!

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie